Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nummering maar ccn rijwielkaart eisclite en dat eiken vreemdeling, die in ons land kwam belastingplichtig maakte. Een groote verbetering, maar nog niet dat. En weer toog de A. N. W. 13. aan liet werk ter bestrijding. Het ontwerp werd, na het aftreden van liet ministerie in 1897, ingetrokken. Eindelijk kwam, als een onherkenbaar overblijfsel van liet voorstel-Rutgers, liet tegenwoordige stelsel dat billijk is, geen overlast aandoet en toch ook uit een fiscaal oogpunt voldoet. l)e wielrijders in hun jeugdigen overmoed zoo geestig getcekcud door den oorspronkelijken voorsteller vonden bij Minister Pierson een beter gehoor; aan hun frappez frappez toujours, is het echter te danken, dat er geen regeling vastgesteld was voor dat Minister Pierson ditmaal zijn zetel achter de groene tafel innam.

Wij hebben in dit overzicht van den wielersport weinig data genoemd, het was meer een verhaal, een globaal overzicht gevend, doch thans waar het een der voornaamste gebeurtenissen van den sport, als zoodanig, geldt, hier als uitzondering een datum. Den 29 Maart 1895 n.1. heeft het professionalisme officieel haar intrede in Nederland gedaan en daarmede is de kicin gelegd van de sleepende ziekte, die het wedstrijdwezen hier te lande nu reeds zoo goed als vermoord heeft.

Het racewezen uit vroegere jaren, de onschuldige sport van een paar vrienden, die van de gelegenheid — een wielerbaan — profiteerden om eens te zien wie het hardst reed en zich daarvoor na school- of kantoortijd wat oefenden, was geheel veranderd.

Langzamerhand was liet gekomen; de renners begonnen harder te rijden, men ging records maken en meerdere oefening werd vereischt, betere en duurdere rijwielen, alleen geschikt voor de renbaan, waren noodig om in de voorste gelederen te blijven, met goede plichtvervulling op kantoor en bij de studie was het racen niet meer vereenigbaar.

De wielersport was nog slechts weggelegd voor die jongelui, welke voor het meerendeel wel eens een seizoen konden leven zonder bepaald te werken en zoolang dezen de wielerbaan bevolkten, was er geen bezwaar.

Toen kwam de tijd, dat de velo zijn discipelen ook in andere kringen der maatschappij ging zoeken en ook dezen wilden hard en om het hardst rijden en daarmede was het gevaar geboren.

Het buitenland had ons zijn afschrikwekkende voorbeelden getoond op het gebied der beroepsrijders.

Eerlijke wedstrijden tusschen hen, waren toen ter tijd, vóór 1896, uitzondering, het waren rijders, die louter om het geld streden, die, als zij vandaag niet wonnen morgen geen eten hadden.

Wonder was het daarom niet, dat in 1895 de algenieene vergadering van den A. N. W. B. een voorstel om het uitloven van geldprijzen op de Nederlandsche banen toe te staan verwierp en aan een commissie opdroeg een nieuwe niet te enge amateursbepaling te scheppen, waarbij ieder, die niet alléén om het geld reed, werd uitgesloten.

Sluiten