is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schiedschriften als uit schilderijen, prenten, enz., dat het gebruik van scolaatsen, zooals zij destijds genoemd werden, reeds in de 14de eeuw en nog vroeger vrij algemeen was, terwijl daartegenover bekend is, dat o. a. de Scandinaviërs in de 16de eeuw zich nog van geslepen schenkelbeenderen bedienden.

Was het schaatsenrijden in den beginne een behoefte, een zaak van nut, weldra werd het een zaak van vermaak, een weelde, een liefhebberij, waarin de Nederlanders bizonder uitmuntten.

Geen andere natie kan door geschrift noch door de vruchten van het penseel bewijzen, dat zij het in die dagen tot eene noemenswaardige hoogte gebracht hadden. Lefrancq van Berkkey zegt in zijn Natuurlijke Historie van Holland „Dat Hollanders „Friezen en Stichters, onder al de Europeesche volkeren in het schaatsenrijden

„uitmunten en Duitschers, ÏYanschen en Engelschen er van verstomd staan."

Dat de Hollanders destijds in het schaatsenrijden bovenaan stonden blijkt ook te over, daar zelfs de meest verstokte eenzijdige Engelsche sportkronykers, het tegendeel niet durven beweren, hoewel zij er anders een handje van hebben om „Brittania" als de „Alma mater" van alle takken van sport te beschouwen. Zelfs Evelijn zegt: „In Holland is het schaatsenrijden voor lang algemeen en populair" en verhaalt in den winter van 1662 er van getuigen geweest te zijn van de wonderbaarlijk bedrevenheid der c/fijilers J) op het kanaal in St. Jamespark te Londen door eenige heeren en dames vertoond voor het hof in navolging en op de wijze van de Hollanders." Een en ander is sprekend genoeg en bewijst ten volle,

x) In die dagen noemde men in Engeland het schaatsenrijden glijden.