is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oen tijd geweest, dat het schaatsenrijden dreigde in verval te geraken. In het eind van de 18de cn begin van de 19de eeuw werd het als iets weinig comme il faut beschouwd, als volksvermaak kon het er nog even door (onder het volk verstond men in die dagen d,en minderen man), doch zij die beweerden iets beschaafd tc zijn achtten het beneden zich om zich op het ijs te vertoonen; dit belette echter niet, dat de rijken en grooten der aarde in prachtige sleden soms ook in gemakkelijke koetsen zelfs in draagstoelen op, of langs het ijs zich vermeiden in het genot van hen die /ij zoo ver beneden zich achtten, wel een bewijs, dat zij ondanks zich zeiven met het volksvermaak sympathiseerden. Het is mij dan ook zoo voorgekomen, dat het niet zoo zeer was omdat zij het schaatsenrijden niet fatsoenlijk achtten, dan wel omdat hun opvoeding te verwijfd en de individuen te verweekt waren om zich aan kou en winterweer bloot te stellen; gelukkig werd de oude liefhebberij bij het degelijk deel der natie in eere gehouden en het pleit zeer

zeker voor de deugdelijkheid van de liefhebberij, dat deze van lieverlede weder in de mode is gekomen. In het begin waagde menige jonkvrouw zich wrel is waar niet, er openlijk voor uit te komen cn zocht zij eenzame plekjes op om zich te oefenen en aan haar lust bot te vieren, doch ook dit vooroordeel wrcrd overwonnen en brak de gulden tijd voor het edele wintervermaak weer aan. Thans kunnen wij weder zonder schroom zegden,

i-i , ... , — van öon rot tieiiicum.

dat liet schaatsenrijden de meest G. Baron de S.1U. ü. A. A. Dnclok ,1e Wit.

populaire sport is in Nederland, Sax. Goodman.

dat de Historie ons vaderland als de bakermat van de schaatsenrijderskunst erkent, daarenboven blijkt zoowel de oudheid als de algemeenheid en groote liefhebberij van het schaatsenrijden, zoowel uit de rijke literatuur als uit de menigte schilderingen en prenten van onze oud-Hollandsche en Vlaamsche meesters, zooals P. Brenghel den Oude a°. plm. 1550, P. van der Borcht 1560, Hans Bol a°. 1570, Maarten Vos a°. plm. 1000, Romeyn de Hooghe, Jan Luvken, enz.

Toch is er na deze glorierijke dagen

Oud-Hollandsclie slede.