is toegevoegd aan uw favorieten.

Het boek der sporten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bevond; en de outrigged-booten waren ontstaan. Men werd dus vrij wat de breedte van de boot betrof. De breede, platte gieken maakten plaats voor de smalle, op doorsnede ongeveer half cirkelvormige; niet alleen werd hierdoor het gewicht aan materiaal verminderd, doch ook het wrijvend oppervlak van de boot in het water op zijn kleinst, en dus voor de snelheid van de boot op zijn gunstigst gemaakt. Het roeien in deze outrigged-gieken is veel moeilijker dan in de vroegere z.g. inrigged-gieken; het eischt van de roeiers groote geoefendheid in hun sport; een fout bij het roeien, vooral bij het niet juist slag houden, gemaakt, wreekt zich onmiddellijk door het op bakboord- of stuurboord overhellen van de zooveel labieler liggende outrigged-giek. Het sneller loopen der smallere gieken blijkt wel daaruit, dat we op het vasteland als 't ware de overgang van de inrigged- naar de outrigged-gieken hebben medegemaakt. De booten werden langzamerhand smaller en iets dieper gemaakt en aan de boorden werden schuine houten verlengstukken aangebracht, waarop de riem rustte. Men wilde de outriggedgieken niet invoeren, en toch veranderde men de inrigged-giek zoodanig, dat ze op een outrigger begon te gelijken. Eindelijk is echter deze pseudo-inrigger van de wedstrijden verdrongen. Het eerst vond bij ons ingang de single-scullingoutrigger in 1886, daarna, in 1891, werd ze voor senior-, en in 1897 voor juniorploegen verplichtend gesteld.

Een andere groote vooruitgang wat den bootbouw betreft, is de verandering der banken. In de oude gieken had men vaste banken. Bij het roeien werden in hoofdzaak de rug- en de armspieren gebruikt; de krachtige beenspieren, die als vanzelf wilden meewerken, konden of liever mochten dit bijna niet doen, en om het effect' van de beenspierwerking, het afglijden van de onveranderlijke zitplaatsen, tegen te gaan, werden meestal kussentjes op de banken bevestigd, die de wrijving zeer vergrootten en daardoor afglijden verhinderden. Op wedstrijden werden de kussens somtijds weggenomen en de banken zoowel als de met leder voorziene roeibroekeri met vet of zeep ingesmeerd; de veel verminderde wrijving maakte het naar voren en achteren glijden mogelijk, en daardoor tevens de beenspierwerking. In 1870 zou een der ploegen op de Henley Royal Regatta aan deze wijze van roeien de overwinning te danken gehad hebben. Het kon slechts op korten afstand volgehouden worden daar de krachtsinspanning voor de beenspieren te groot was.

Een Amerikaan kwam het eerst op het denkbeeld om de banken zelf te laten bewegen, en in 1871 zien we een Engelschen ploeg, die het eerst deze glijbank of sliding-seat gebruikte, op de Tyne een gemakkelijke overwinning behalen. Merkwaardig is het zeker, dat de London Rowing Club in datzelfde jaar te New-York tegen de Atalanta Club roeiende, op de Amerikanen, bij wie deze glijbanken niet onmiddellijk zoo grooten ingang vonden, een gemakkelijke overwinning van de sliding-seat op de vaste banken te zien gaf. Spoedig waren de slidings dan ook »er in«. De oorspronkelijke glijdbanken bestonden uit een zitbankje, waaronder twee houten of metalen riggels in de lengterichting, glijdende in twee correspondeerende