is toegevoegd aan uw favorieten.

"Gooiland"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gramineeën en andere weinig eischende planten.

Het is dus raadzaam het gewicht der roggearen en der korrels op zich zelve te beschouwen en niet te vergelijken met rogge afkomstig van reeds lang in cultuur zijnde gronden. Het afgezande heidegedeelte tusschen Hilversum en Bussum bezit een groot voorrecht door zijn physische gesteldheid van den bodem, door de plaats gegrepen omwoeling van de steenharde heideplaggen en door de vochtige geaardheid. waardoor een intensief bacteriënleven mogelijk is, een leven zooals kunstmatig is verwekt en beschreven.

In de nabijheid van „Jan Tabak" is eveneens een proef genomen met granen die kunstmatig geënt waren. Bij de ontkieming der korrels en later in de maand Juni was daar een zeer groot verschil zichtbaar, dat men op de lage heide niet waarnam. Het geënte veld was toen donker groen, het niet geënte veld creel Later waren die verschillen niet meer

O

na te gaan. Het komt mij dan ook voor, dat een vochtige bodem medewerkt om de bacteriën te doen functionneeren m. a. w.: Het bacterienleven hangt samen met de vochtige gesteldheid van den grond. In een drogen zandgrond, zooals we in 't bijzonder in den zomer van 1899 gehad hebben, waren de levensvoorwaarden voor tal van mikroben niet aanwezig. Zoo moeten we ook de plaats gegrepen verandering in den bodem op den hoogen zandgrond nabij „Jan Tabak" beschouwen. De oorzaak der teruggaande, of tot stilstand gebrachte werking der mikroben moet toegeschreven worden aan de ongunstige levensvoorwaarden , waardoor die bacteriën den latenten of sporenvorm aangenomen hebben.

Een ander geval, dat mij bekend geworden is, had betrekking op de enting van haver.

De Heer J. W. Dingemans, te Rossum, had de goedheid mij het volgende, met zijne toestemming ter publiceering, mede te deelen:

,,De haver werd gezaaid op uiterwaardsch land, ,,dat uit lichten kleigrond bestond, en gemiddeld „l^ M. boven het rivierwater lag. De eene helft van „dat land werd bezaaid met geënte, de andere helft „met niet-geënte, haver. Reeds direct na de opkomst ,,werd een verschil waargenomen, 't geen zóó sterk „uitkwam, dat ieder die het zag, mij vroeg wat ik ..er toch aan gedaan had. Ik werd tamelijk wel uitgelachen , vooral door degenen, die vóór het zaaien ,,de entstof gezien hadden. 1 Het was hun geheel „onbegrijpelijk dat zoo iets kon voortgebracht worgden. Met cijfers kan ik U helaas niets aantoonen, „omdat de haver bij 't. inhalen op elkaar geladen „werd.''

Uit deze proeven hebben we gezien , dat er behalve de omzettingen van zuiver scheikundigen aard, ontledingen plaats vinden % die door levende wezens verwekt worden; we hebben gezien hoe „Gooiland' is ontstaan, hoe de rotsgesteenten door een ,,Mechanisch-Physisch-Ohemisch-vitaal" proces ontleed worden en hoe liet volgens den tegen woordigen stand der chemische en biologische wetenschappen mogelijk is, de natuurlijke ontledingen in den bodem te versnellen en alzoo mede te werken 01x1 gronden voor een cultuur geschikt te maken.

I11 een volgend gedeelte zullen we de rijke flora van het Gooi leeren kennen en hoe onder de tegenwoordige omstandigheden de verspreiding der planten plaats vindt.

1 Deze entstof had ik samengesteld door de sporen der genoemde bacteriën met een poeder af te wrijven. Van dit poeder werd 20 gram in een fleschje tot verbetering van den oogst, voor 2 H. A. afgegeven. Later is het mij gelukt, dit poeder te comprimeeren, zoodat thans 40 pastilles voldoende zijn voor 1 H. A.

„DE FLORA."

Aan Prof, Dr, C, ft, J, ft, Oudemans,

Het is mij een hoogst aangename taak, dit gedeelte van mijn onderzoek, 't. welk de flora van het Gooi tot onderwerp heeft, aan U Hoog Geleerde j Ou de mans! op te dragen.

Een halve eeuw hebt gij uw beste krachten besteed om het jongere geslacht tot de studie deiplantenwereld op te wekken.

Wanneer ik mij een tiental jaren geleden terug denk, herinner ik mij nog levendig de opgewektheid, waarmede Gij in de vroege morgenuren Uwe I

colleges in de plantensystematiek gaaft, en tevens dat Gij de kunst verstondt 0111 de zoogenaamde droogheid van het onderwerp door Uwe boeiende voordracht te doen vergeten.

De gunstige ligging mijner woonplaats in een natuur, die veel te aanschouwen en te overdenken geeft, is aanleiding geweest, dat ik, in hetgeen hier wordt waargenomen, getracht heb wat dieper door te dringen.

De flora van het Gooi, hoewel niet zoo rijk als die van andere streken, verdient toch in hooge mate onze belangstelling, en al moge ons diluvium als