Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„kenen". En inderdaad dit is, naar aller opvatting, de kern van het Academifch onderricht. De zuivere fchoonheid der menfchelijke vormen en die der antieke kunft werken, zij bleven, bij dreigend verval en dringende arbeidsbemoeilijking, de fteeds bereikbare en fteeds te eeren voorbeelden tot leering, niet alleen voor fchilderen of beeldhouwen, maar voor alle kunfthandwerk, waar plaats gelaten werd aan zinrijke voorltellingen en fchoone verhoudingen. Zoo werd dus een centraal onderwijs voor alle kunftbeoefening geveftigd dat, mocht het ook door menig aanpaflend theoretifch onderricht van compofitie, perfpeétief en anatomie worden verrijkt, zijn kern in de beoefening van het naakt model en der oude kunft zou blijven vinden.

Ook Amfterdam onderging de werkingen des tijds, die de „Academie" in de wereld der kunften zou binnenvoeren. Den 20ftcn Oétober 1653 werd in den St. Joris-Doelen een feeftelijke maaltijd aangerecht, waarmede de fbichting eener nieuwe „Broederfchap der Schilderkunft" gevierd zou worden. Er waren een honderdtal gaften en Vondel werd er gehuldigd — Vondel, die een jaar later zijnen dank daarvoor brengen zou in een opdracht zijner Lierzangen van Horatius Flaccus, waarin hij de kunftgenooten van Sint-Lukas toefpreekt als „Schilders, Beelthouwers, Tekenaers en hunne begunftigers", om vervolgens nog eens te gewagen van „Poezy, Schilderkunft, Beelthouwery „en andere kunften, die tegelijck op maet en getal gegront, de Wifkunft „niet ontbeeren mogen" en „door bant van onderlinge gemeenfchap verknocht" zijn. Het was een poging om, toegevend aan een zelfden drang als zich overal gevoelen deed, ook in Amfterdam een nieuwen Bond te ftichten, die het oude Ambachts-verband vervangen zou en de kunftenaars van allerlei gading bij de moeilijker tijden nieuwen fteun zou moeten brengen.

Het jaarfeeft werd nog eens herhaald. Aan Poëzie ontbrak het daarbij alweder niet. Alïelijn dichtte zijn „Broederfchap der Schilderkunft", en Vondels fraaie Sonnet „Inwydinge der Schilderkunde op Sint-Lukasfeest" kwam de kunftenaars nog eens bemoedigen; maar twift en tweedracht fchenen onder de feeftgenooten zoo fterk, dat de nieuwe confrerie er ten uiterfte door gefchaad werd. Toen in 176% Jacob Otten Hufly, Architeél, Beeldhouwer en Mede-Direéteur, zijn Redevoering hield over de Lotgevallen der Amfterdamfche Teeken-Academie, toen wift hij, hoewel hier toch de vroegste poging tot een Academifche organifatie van het kunft-onderwijs met recht gezocht mag worden, omtrent de daden van de Confrerie in deze materie niets te vermelden. Deverfloorde refultaten der luidruchtige feftijnen zullen er wel aanleiding toe gegeven

Sluiten