Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeker, in deze veelheid des volks schuilt voor ons Verhond wel wat heerlijkheid!

Toch, hadden we niet meer te bieden dan wat dorre cijfers, 't ware een al te armelijk feestmenu.

Vooral omdat we, eerlijk erkend, met al onze duizenden, toch in menig opzicht weinig reden hebben tot roem.

Ons Jongelingsverbond bleef zoo écht Nederlandsch; 't werd geen mogendheid van eersten rang in den Wereldbond van Christelijke Jongelingsvereenigingen!

I)e broeders uit den vreemde, die straatlange, torenhooge verenigingsgebouwen denken te vinden, komen bedrogen uit.

Uitwendige schittering, als bij de naburen over de zee, bleef ons vreemd. Een flinke gevel, een goed gebouw, een bruikbaar lokaal; — hier en elders, meer niet.

Bij dollars noch ponden besommen wij onze budgetten, en de zeldzaamheid, zelfs van hollandsche guldens, is regel, hier, in 't zoogenaamd „steinreiche" land.

Ook bleven we, in soms min gunstige beteekenis, een echt Nationaal karakter toonen, in kleine trekjes en eigenaardige hebbelijkheden, die afdoend bewijzen, dat een verfatsoeneering naar Engelsch of Duitsch model, indien zelfs ooit beproefd, — weinig succes had. Overal een haast minitieuse krachtsversnippering. Kringen en kringetjes met heusche besturen en lokaaltjes en heel het raderwerk van een poppige organisatie.

Typische — meestal bijbelsche naamgeving, lange deviezen en inhoud-zware leuzen.

Sober bleef ons

bestaan — Een propaganda meest onder de bekende „kleine luyden!"

Treffelijke uitzonderingen bevestigen slechts den regel.

Zoo genoot Leiden eens de hooge eer Z. K. H. den Prins van Oranje onder haar leden te tellen.

Zoo werken in tal van vereenigingen de zonen onzer eerste familiën hartelijk saam met bondsleden van lageren stand. En jonge mannen met oud-adelijke namen stonden, en staan er nog, aan het

hoofd van het bestuur.

Maar overigens bleef ons Verbond èn democratisch èn klein bij den weg. Ook in zijn organisatie, lot de instelling van een Algemeen Secretariaat kwam het alleen nog maar bij het Verbond zelf en in hoogstens 2 of 3 Vereenigingen.

Overal elders bestuurs-diletantisme. Loffelijk vaak; zeker! Maar weinig dienstig voor blijvende vrucht. En daarbij een mutatie zonder eind!

Jonge Faraös, die, vooral ten opzichte van den Bondsarbeid, de weldadigheden Jozef's niet kennen, voeren telkens weer den scepter, wel wat veel vergend van het geduld van besturen en agenten.

Zoo bleven we ook, en alweer niet alleen in gunstigen zin, een echt Jongelings Verbond.

het concertgebouw.

En als we, ook op dezen dag, duizenden elders zien samenkomen, en zoo velen nog in de verstrooiing, dan vragen we, of ook in dat begrip Verbond niet iets dreigt, dat onzen feesttoon verzwakt.

Toch vieren we feest! Omdat er, ondanks dat alles, reden toe is.

Vriendelijke woorden heeft men tot ons gesproken in deze blijde dagen. Van rechts en van links. Uitgeteld heeft men ons de honderden leden onzer knapenvereenigingen en de duizenden kinderen onzer Zondagsscholen en de bijna honderdduizend deelen onzer bibliotheken, met lof sprak men van onze

Sluiten