Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Roeping en geestelijke afkomst getrouw bleef ons Verbond dus ook hierin, dat het, „niet van „bepaald kerkelijken oorsprong, niet eerbiediging van confessioneele onderscheidingen, de broeders in Christus „wilde blijven vereenigen."

xNog staat het open voor personen en vereenigingen van verschillende kerkelijke belijdenis.

„In dat Verbond" — we laten hier liever anderen van ons getuigen — „leeft de geest voort, die „de geschillen wel erkent, billijkt en eerbiedigt, maar die scheiding zoekt te overwinnen."

Ook dit karakter bleef het Verbond, zoo schoon een traditie getrouw, handhaven.

Nergens trouwens, naar veler meening, kan dat zóó lang en zóó goed als juist in de Christelijke Jongelings Vereeniging. En de geschiedenis eener halve eeuw bewijst zulks. In zijn uitnemende studie hierover, getuigde I)s. G. Klaarhamer met innige overtuiging, dat: „Elke vereeniging, die niet zóó is ingericht, „eigenlijk den naam eener Christelijke Jongelings Vereeniging niet kon dragen".

Geen onzer zou het zóó bout durven zeggen !

Werden desalniettemin scheidsmuren getrokken, wij blijven, over de scheidingen heen, den broederen de hand reiken.

Want, als er iets is in der vaderen geestelijke nalatenschap, dat we willen bewaren als 't meest kostbaar kleinood, 't zij een waardeeren ook van andrer streven, die met ons eenzelfden Heiland willen volgen, t is het blijmoedig geloof, dat Gods zon zal rijzen, hooger dan onze hoogste scheidsmuren, om te zijner tijd vrucht te doen rijpen, Hem ter eer, op den akker des broeders èn op den onzen.

W erd dan ook der Vad'ren verwachting in zooverre beschaamd, dat we niet bleven het Nederlandsch Jongelingsverbond, we pretendeeren toch, nog altoos het echte Nederlandscli Jongelingsverbond te zijn, op en top.

Dat we, naast de behartiging van de geestelijke belangen der jongelingen onzes volks, ook de stoffelijke niet vergaten, en de verstandelijke evenmin, gij weet het.

Ons \ erbond bleef kind van zijn tijd. Het bekende weinig aantrekkelijke type van den „Christen Jongeling stertt uit. De veelal quasi humoristische bladen kunnen die cliché, als versleten, wel vernietigen.

In breeder kring wint de overtuiging veld, dat uit dit Nazareth wel wat goeds kwam.

De vragen en eischen des modernen levens bleven ons niet vreemd.

Bevrediging zochten we voor menige betamelijke behoefte binnen de perken eener Christelijke levensovertuiging.

\ oor zoovei onze krachten reikten, hielpen we ook onze leden voort in den socialen strijd.

Geschaard om Gods Woord, beoefenen we dan ook al wat schoon is en liefelijk; betrachten we al wat welluidt!

Kennis der histoiie en kennis der natuur, beoefening der fraaie letteren en der muzikale kunst, ons program biedt er ruimte toe, en velen onzer zeggen het den Apostel maar wijfelend na, dat de lichamelijke oefening „tot weinig nut is!"

De pers is onder ons in hooge eere en velen onzer dienen met talent de koningin der aarde.

Ons Bondsblad verschijnt wekelijks, en voor de dertigste maal zag reeds ons Jaarboek het licht. Tal van vereenigingen en ringen houden Periodieken in het leven, de officieele Bondsuitgaven vormen een lange ïeeks. Een blad voor letterkunde en een voor onze knapen, wordt druk gelezen.

En toen we, met wapperende Bondsy^?«^A voorop, met 't Bondsinsigne getooid, en Bondsliederen zingend eens door de straten togen eener niet onaanzienlijke provinciestad, waar de Bonds vlaggen waren uitgestoken, getuigden de autoriteiten, dat de oude stad weinig vroolijker, maar zeker nooit ordelijker schare jonge mannen binnen haar veste had geherbergd.

loch blijft de H. Schrift en het onderzoek ervan middenpunt en doel van al ons werk. En als we ook hierin helaas toonen 't karakterbeeld van den dag, dat veelvuldige arbeid en organisatieijver schade dreigt te doen aan de bespreking van Gods Woord, dan wordt dat dreigend gevaar aanstonds erkend en betreurd.

En juist dat geeft ons hoop tot tijdig ontkomen.

Aan \ riendelijke hulp ontbrak 't ons nooit. Laat ons het dankbaar erkennen.

Sedert Ds. Hasebroek, daags na de oprichting des Verbonds, zich als eerste begunstiger aanmeldde, hebben ons begunstigd de besten, de edelsten, de meest begaafden des volks.

Ik denk nu niet alleen, noch allermeest aan stoffelijke hulp. Een breede rij van medehelpers,

Sluiten