is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedragen. Daaronder verstaat men een muts, rond van bol, van een breede

fijngeplooide strook voorzien, welke tot de wenkbrauwen raakt, langs de'

wangen al broeder wordend afloopt en van achter uit den hals naar boven omgekruld wordt.

Zaandam had vroeger zijn eigen kleederdracht, die wij nader zullen beschriiven, als wij in die plaats aankomen.

In Zuid-Holland worden verschillende oorijzerkapsels gedragen, op liet vasteland en op de eilanden. De Maas is dc grensscheiding voor de verschillende kleeding en op de marktdagen te Rotterdam duidt men dc Ovcrmaaschc boerinnen gemakkelijk min door den hoofdtooi. Alleen Vlaardingen, met ten deelc nog Overmaasche kleeding, maakt een uitzondering op die grensscheiding.

Het Zuid-Hollandsche oorijzer van het vasteland, wel het Leidsche of Rijnlandscho genoemd, dat de plaat in afbeelding 1 voorstelt, komt in hoofdzaak overeen met het Noord-Hollandsche. De zilveren of gouden beugel is echter niet overal even breed, zooals bij het Noord-Hollandsche wel het geval is, maar eemgszins gebogen naar den vorm van liet hoofd en aan de slapen iets verbreed,. als een aanduiding van de bladen der Friesche oorijzers. De token of boeken ter zijde van het hoofd zijn ook vierkant, maar aanmerkelijk kleiner dan m Noord-Holland. Men draagt er een voornaald, zijnaalden en groote kapspelden bij, juist zóó als in Noord-Holland, en tevens wel hangers fuin de token of boeken, wat in het eigenlijke Noord-Holland nooit gedaan wordt.

De muts, die bij dit kapsel gedragen wordt, is tweeërlei. Of het is een klein mopmutsje, óf het is een groote floddermuts, met lange, geplooide, kanten nek-

strook. De vrouwen, die geen oorijzer dragen, hebben een zeer eenvoudig neepmutsje tot hoofdbedekking.

Het oorijzerkapsel der Zuid-Hollandsche eilanden kenmerkt zich bovenal door de groote, dichtgewondene, kegelvormige spiralen van dik goud of koperdraad, 'lullen genaamd, waar men groote, lange, slingerende hangers in draagt. De eugel van het Overmaasche oorijzer is tweeërlei: óf, wat meestal het geval is, zeer smal en onaanzienlijk, van zilver, koper of blik, óf breed, van goud vervaardigd, evenals de beugels der oorijzers van het Hollandsche vasteland. Het oorijzer wordt er bedekt door een eigenaardige, zeer fraaie muts, welke als een s uier m een langen staart over den rug hangt, soms bijna tot het middel reikt, ie muts draagt den naam van staartmuts of keuvel.

Een eigenaardige kleederdracht hebben de visschersdorpen. Wij zullen die ter meer in bijzonderheden beschouwen. Alleen wijzen wij er hier op, dat «irkei en Volendamsche vrouwen geen oorijzers dragen en dat de Urker viouwen een eigen oorijzerkapsel bezitten. De vrouwen in de visschersdorpen andvoort, Noord wijk en Katwijk zijn op dezelfde wijze gekleed. De oorijzers