Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn van zilver, met token of hangers van goud, terwijl zij bedekt worden door een muts, zonder de lange, afhangende kanten.

Scheveningen wijkt eenigszins hiervan af. Over de zwarte, aansluitende ondermuts wordt het oorijzer aangebracht, meestal smal en van zilver. De beugel van het Scheveningsche oorijzer strekt zich wat langer uit, tot op de zijden van het voorhoofd, waar hij bezet is met kleine, half plaatvormige, gegraveerde haakjes, of met langwerpig ronde, met filigreinwerk versierde boeken. Hierbij draagt men ook tweeërlei muts: een gewone muts ot een fraai mutsje, dat aan de zijden van het hoofd een geplooid kanten strookje heett, met een geplooide nekstrook.

Vischafslag te Scheveningen. Naar van Driest, Gemeentemuseum Den Haag.

Het Gooiland heeft nog een eigen volkskleeding, vooral zich kenmerkend door de hoofdbedekking der vrouwen, waarvan onze gekleurde plaat typen aanwijst. Wij zullen deze hier niet nader bespreken, omdat die in een volgend deel

behandeld wordt.

*

* *

Werpen wij een enkelen blik op de geschiedenis der vrouwenkleeding.

Slechts een blik, zeggen wij, want er zouden boeken over te vullen zijn. Elk tijdperk heeft zijn eigen kleeding gehad, zijn eigen mode gekend. In de zoogenaamde groote wereld heerschte al vroeg een groote afwisseling in de mode; de boeren bleven ook in dezen vanouds het meest getrouw aan het bestaande. Echter valt het niet te ontkennen, dat menige sierlijke vorm der hoerendracht van thans aan de vroegere grootelui'skleeding is te danken, die door de boeren werd overgenomen en bewaard tot op onzen tijd.

Sluiten