Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

groote ontwikkeling. In den oudsten tijd waren de eenige bronnen van bestaan van de inwoners bovenal visscherij, veeteelt en landbouw, het vervenen der omliggende gronden (\ enestraat) en eenige scheepsbouw. De Graven schijnen naar hun beste vermogen deze takken van bedrijf te hebben beschermd en gesteund. Dat er veel veenderij in de omstreken der stad was, blijkt uit tal \an uitgiftebrie ven van Albreeht van 1357—1404, waarin telkens vermeld wordt, dat liet uitgegeven land was „een uitgedolven veen", en ook onder de latere vorsten vinden wij daarvan nog talrijke bewijzen.

Doch m de 15e eeuw werd ook de nijverheid in Den Haag ontwikkeld, al zou

de stad nooit een fabrieksstad worden. De voornaamste tak van bedrijf schijnt

de lakenweverij geweest te zijn en nog getuigen enkele gracht- en straatnamen

van den bloei, waartoe dit bedrijf hier eens kwam. De Voldersgracht, de

Ververssloot, de Weversplaats herinneren hieraan. Wanneer die nijverheid naar

hier werd overgeplant, valt niet te zeggen; dit weten wij, dat er in het midden

van de 15e eeuw reeds bepalingen op de weverij bestonden. Doch vóór de

eeuw nog ten einde was, had de weverij in Den Haag haar bloeitijd gehad en

ging zij weder te gronde, om geheel te verdwijnen. Niet in de nijverheid en

evenmin in den handel zou Den Haag zijn toekomst hebben te zoeken. De

schoon gelegen stad was als voorbestemd tot de residentie van den vorst van

een onafhankelijk volk, van een vorst, wiens macht bestond in de volksvrijheid,

en die geen muren of wallen noodig had te zijner beschutting. De uitbreiding

van Den Haag is van den beginne af te danken aan de verblijfplaats der hooge regeeringspersonen en collegiën.

De eerste woningen in Den Haag werden gebouwd door edelen en andere

aanzienlijken in de nabijheid van het grafelijk slot. Op de Plaats, den Vijverberg,

liet Tournooiveld, den Kneuterdijk en aan het Voorhout vond men die aanzienlijke

oude gebouwen, waarvan in den tijd, toen de Riemer schreef, nog sporen waren

te vinden. In de tweede helft van de 14e eeuw zag men op den Vijverberg

een groot aantal min of meer sterke en uitgestrekte adellijke en onadellijke

woningen gesticht; in 1467 stonden er veertien huizen. Ook aan het Voorhout

A\erd gebouwd: Graaf Willem V gaf o.a. aan Meester Jan den Borduurwerker

een hofstede in den Voorhout in 1352 in vrijen eigendom, en in 1359 werd op

last van Albreeht liet huis van den machtigen Arkel hier afgebroken op de plaats,

waar thans de kloosterkerk staat, om Arkel voor zijn Hoekschgezinde gevoelens te straffen.

Van de oude straten uit Den Haag noemen wij nog de Heulstraat bij het Tournooiveld, reeds bekend in 1358, liet Noordeinde, in 1328 genoemd, de Papestraat, waarvan gesproken wordt in 1373, de Venestraat 1384, de Spuistraat 1392. Om die oude kern, waarvan wij slechts enkele gedeelten ter sprake brachten,

Sluiten