is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet ten onrechte roemde Huygens Den Haag als:

„Het dorp, der dorpen geen, daar ieder steeg een pad is,

Maar dorp, der steden geen, daar ieder straat een stad is."

terwijl liij in zijn Voorhoutszang de stad aldus beschrijft:

%

„Laat ik dan mijn oogen weiden

Over d'een of d'andren kant,

'k Vind er altijd groene weiden,

Met gestichten omgeplant;

Iemand zal mij kunnen toonen

Of meer huizen, of meer houts;

Maar waar zag men ooit bewonen Zooveel stads in zooveel wouds?"

en wij kunnen dit gelukkig ook nog toepassen op groote gedeelten van het tegenwoordige Den Haag.

* *

*

Onze wandelingen door Den Haag vangen wij aan bij het Binnenhof, de klassieke plek, waaraan tal van herinneringen aan belangrijke perioden uit 's lands historie verbonden zijn, de bakermat der residentie. Wij mogen noch bij die geschiedenis, noch bij de gebouwen, welke men hier vindt, in bijzonderheden stilstaan: beide zijn reeds herhaalde malen beschreven. En het zou ons bij deze wandelingen te veel tijd en ruimte kosten, om daarin door te dringen. Wij bepalen ons dus tot een overzicht.

Als wij de poorten van het Binnenhof binnentreden en in die ommuurde ruimte rondwandelen, rijzen bij het zien van die ernstige, deftige gebouwen onwillekeurig voor onzen geest op de beelden van Neerlands stadhouders en uitnemendste staatslieden, die hier met succes arbeidden en de Republiek in haai roemrijkste dagen door de woelige wateren der Europeesche staatkunde stuuiden. Het gebouw, dat het eerst het oog trekt en schier het middelpunt van het geheel vormt, kenmerkt zich door een hoogen, spitsen topgevel met twee ïonde torens. Dit gebouw, hoezeer ook uitwendig veranderd en inwendig geheel onkenbaar geworden, is een overblijfsel van het hoofdgebouw, dat het kasteel uitmaakte, met welks bouw Graaf Willem II, de Roomsch-koning, in 1249 aanving, doch die in 1255 door het jammerlijk uiteinde van den vorst gestaakt weid, tot Floris V hem in 1274 deed hervatten, zoodat het slot in 1286 voltooid was. Dit gebouw heette „de Zaal," „de Hooge Zaal," en onder het stadhouderloos bewind