Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De zee met haar luchten is liet wonder onzer westerstranden. Wie vergeet ze, die stille, schoone avonden, als het oog niet moe wordt van het staren over die schier eindelooze vlakte; als de onveranderlijk eeuwige zee elk oogenblik wisselt van leven en kleur, naarmate de gouden hemelbol dieper zich neerlegt in het bed van grijs en groen en rood, dat aan den westerhemel gespreid wordt, en het zacht weemoedig golven gefluister den nachtzang murmelt, zich verliezend in de donkere wijdte der onbegrensdheid. Op zulke avonden wordt een gevoel in ons wakker, zij het ook onbestemd en vaag, dat Mesdag naar het

Hot Wandelhoofd te Scheveningen.

penseel deed grijpen, om in vormen en kleuren die gewaarwording uit te drukken, vereeuwigd voor alle geslachten.

En voor ons, Nederlanders, heeft de zee nog een andere beteekenis. \ ooi het kleine kustvolk was de zee het veld van arbeid en opkomst. Ja, meer. de zee is het veld van onze glorie, waarop de eerste heldengestalten onzer histoiie hun roem verwierven, waar de economische kracht van het Nederlandsche \olk wortelde. Zoo zijn wij ook in historisch opzicht met de zee verbonden.

Is het te verwonderen, dat elk Nederlander de zee liefheeft, in den zomer er naar smacht te vertoeven aan haar stranden; dat zelfs veraf zijnde vreemdelingen dien drang niet kunnen weerstaan? Alleen moet het iedoi bevreemden

6*

Sluiten