Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1579 begon men het deerlijk gehavende Bosch te herstellen en vóór in het Bosch een nieuwe plantage aan te leggen. Omstreeks 1583 werd die aanleg met kracht voortgezet door het planten van eiken, iepen en linden. Vervolgens werd het Bosch stelselmatig verfraaid en door wandel- en zijpaden doorsneden, hoewel nog altijd het jachtgenot er werd gesmaakt en Prins Maurits het jachtrecht niet wilde prijsgeven. Toch veranderde de aard van het Bosch geheel: de aangeplante en tot hooge stammen opgewassen eiken, linden, iepen en beuken verdrongen de wilgen, populieren, enz. hoe langer hoe meer en gedoogden slechts laag onderhout in hun schaduw.

Wij mogen bij de verdere historie van deze schoone plek van Holland niet in bijzonderheden stilstaan: onze ruimte is daarvoor te beperkt. Wie de geschiedenis van het Bosch meer in bijzonderheden wil leeren kennen, leze de studiën van A. Ising (Haagsche Schetsen, 1878) en J. Kuyper (Haagsch Jaarboekje, 1897), welke laatste zijn belangrijke onderzoekingen met kaartjes toelicht.

Nog een paar malen werd het Bosch ten doode opgeteekend. Het eerst geschiedde dit in 1705, toen een der leden van de Nationale Vergadering voorstelde, het Bosch uit te roeien, het hout te gelde te maken en er aardappelen, knollen en peen te poten. Dit prozaïsch voorstel, hoewel druk besproken en bijval vindend bij enkele leden, was toch zelfs dezen tijd van vandalisme te sterk en werd niet aangenomen.

Doch in 1812 werd het gevaar dreigender.

De geweldenaar, wiens hand zoo zwaar drukte, niet alleen op Nederland maar op geheel Europa, Napoleon I, decreteerde na zijn bezoek aan Den Haag, dat het Bosch zou verdwijnen, gesloopt en verkocht zou worden. Aan den opperhoutvester, Baron van Heeckeren de Cloese, werd opgedragen, het Bosch op te meten, in kaart te brengen en in tien stukken te verdeelen, om de slooping over tien jaren te doen plaats hebben.

De opmeting en karteering werden volbracht en leerden den toestand van het Bosch beter kennen. En gelukkig werd door den val van den Keizer en de herwinning der Nederlandsche onafhankelijkheid het doodvonnis over het Bosch vernietigd. Een tijdperk van vernieuwden- bloei brak thans aan voor het Bosch.

In de 19e eeuw werd het Bosch veel verfraaid en verbeterd en meer en meer een wandelpark voor de Hagenaars. De groote vijvers werden van 1819—1821 gegraven. De Nieuwe Litteraire Societeit, beter bekend als de Witte, verkreeg in 1819 vergunning, een linnen tent in het Bosch te plaatsen, die reeds in 1823 werd vervangen door een houten tent, in 1888 weder door een steenen gebouw in renaissance-stijl, waarin ruim 1400 personen plaats kunnen nemen en genieten op zomermiddagen en avonden van de heerlijkste muziek in de vrije natuur.

Sluiten