Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het groote Huis-ter-Nieuwburg was uitnemend voor dit doel geschikt; aan al de eischen der etiquette kon hier beter dan ergens elders voldaan worden. De regeling der formaliteiten duurde dan ook geruimen tijd: de Franschen en de bondgenooten wilden elkander langen tijd niet spreken en alles geschiedde door bemiddelaars. Toen men eindelijk zoover was, dat allen in de groote zaal bijeengebracht werden, doordien de Fransche en de keizerlijke gezanten van beide zijden tegelijk konden binnentreden en geen der partijen de andere tegemoet behoefde te gaan, ging het vlotter. Wij zullen ons echter niet verder ophouden bij het verloop dier geschiedenis; elk weet het resultaat: de vrede werd gesloten.

Na deze gewichtige gebeurtenis was Nieuwburgs grootheid voorbij; het huis geraakte meer en meer in verval, hoewel het veel aan onderhoud kostte. Vooral de tuinen eischten aanzienlijke uitgaven. De moezerijën van Nieuwburg met die van Oude of Groote Loo te Voorburg en Honsholredijk moesten wel de groenten leveren, zoolang de hofhouding in Den Haag was, maar dit werd te duur. In 1785 werd door het hof besloten, in plaats van de groenten te doen verbouwen, ze in te koopen. De tuinen van Nieuwburg zouden tot moesland of tot fruitboomgaarden aangelegd en verpacht, de beide vleugels van het Huis zouden afgebroken en het iepenhoutgewas te gelde gemaakt worden: aldus besloot men in 1785. Zoo geschiedde het; de paden der bosschen werden met elzenhout toegepoot of tot grasland gemaakt. Eindelijk, in 1790, moest ook het laatste overblijfsel van het gebouw vallen, wegens den slechten toestand. De Prins berustte er in, „mits daarna terzelve plaatse een behoorlijke Naald ter Nagedagtenisse van den aldaar geslooten vreede van Rijswijk wierd gesteld." Het plafond der groote zaal, door Honthorst geschilderd, moest zoo voorzichtig mogelijk uitgenomen en naar het Oude Hof op het Noordeinde in Den Haag overgebracht worden. Schoongemaakt en hersteld, werd het hier boven de achtertrap geplaatst.

De afbraak geschiedde; de opbrengst daarvan moest mede dienen voor de oprichting der gedenknaald, waarvan de fondamenten in 1792 gelegd werden, terwijl het geheel in 1793 werd voltooid. Wegens de onrust der tijden schijnt echter de onthulling in alle stilte te hebben plaats gehad.

Na het vertrek der Stadhouderlijke familie uit den lande in 1795, verviel de plaats van het Huis-ter-Nieuwburg aan de landsdomeinen en weldra verkeerde alles in een toestand van schromelijk verval. Eerst in veel lateren tijd heeft de Nederlandsche Regeering weer de aandacht op verwaarloosde monumenten gevestigd, en daardoor is ook de Rijswijksche zuil gerestaureerd en de vrije wandeling hersteld.

Sluiten