Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geen vlam, geen aardbreuk zelve u immer rooven zal;

Geen wrakken, schoon zij de aard met puinen overdolven

Van 't saamgestort Heelal!

U roem ik, ja, gezaligd Leiden,

U zal ik in mijn lied verbreiden,

U, dat voor godsdienst, eer en Hollands vrijheid streedt!

Wat zeg ik, strijden? — Meer dan strijden!

Dat al, wat menschlijkheid kan lijden,

Ja, meer dan menschheid kan, voor God en Holland leed/'

Voor ons, historische wandelaars, rijst in de eerste plaats de vraag op, hoe hier, niet ver van den duinzoom, in de kleilanden aan den Ouden Rijn een stad ontstond ?

Langen tijd heeft men gemeend, dat het Lugdunum aan den mond van den Rijn op de oude Romeinsche reiskaart van Peutinger een plaats moest beduiden, gelegen op de plek, waar het tegenwoordige Leiden ligt, doch er zijn voldoende bewijzen, 0111 dat Lugdunum te zoeken in den ouden Romeinschen burcht aan den mond van den Rijn, die tusschen Katwijk en Noordwijk in de zee is teruggevonden en als Brittenburg of Arx Britannica bekend staat. Of er in den Romeinschen tijd reeds een gebouw stond op de plaats van het tegenwoordige Leiden? Met zekerheid valt dit niet te zeggen; onwaarschijnlijk is het niet. Doch men mag aannemen, dat Leiden ontstaan is aan de uitwatering van een wetering, „Leithe" (of leiding) geheetcn, die hier in den Rijn liep. De Noormannen, die eerst den mond van den Rijn bezetten, kozen na de verstopping' van dien mond een vast punt bij die uitmonding van de Leithe in den Rijn, waar zeker reeds huizen bestonden, en bouwden hier een burcht. Die sterkte werd een geschikt punt, om van daar den omtrek te beheerschen; in de omgeving van die sterkte concentreerde zich de bevolking en aldus ontstond hier langzamerhand de stad, welke naar den waterloop in den Rijn, de Leithe, den naam Leitha, Leithen, later Leiden verkreeg, d. i. aan de Leithe.

Van dezen Noorschen burcht U zeker nog de ronde ommuring overgebleven

*

in den bekenden „Burcht" te Leiden, een gebouw, welks oorsprong den geschiedschrijvers zooveel hoofdbrekens gekost heeft. Ook de opgravingen in den Burcht, voor enkele jaren verricht, hebben nog niet het rechte licht er over verspreid, doch staafden de hierboven vermelde meeningen omtrent zijn ontstaan.

Wil men tegenwoordig den Burg zien, dan begeve men zich naar de Nieuwstraat, waar een steenen poort met ijzeren hek toegang verleent tot het voorplein en een tweede ijzeren hek naar den Burg voert, die langs een steenen trap te beklimmen is. Het is een rond, van boven open muurwerk met een middellijn van 36,75 meter, in kanteelen eindigend en gebouwd van tufsteen en reuzen-

Sluiten