Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1579 werd afgebroken, terwijl de gronden voor kruidhof werden ingericht en nog altijd als bollenland gebruikt worden. Doch van meer beteekenis was het aanzienlijke klooster Leeuwenhorst, op ongeveer V4 uur ten N. van Noordwijk gelegen. Het was een abdij van nonnen uit de Cistericienser orde, die van de abdij Mariëndaal, buiten Utrecht, naar hier waren gezonden en een abdij voor adellijke jonkvrouwen stichtten. Van lieverlede is Leeuwenhorst, dank zij de milddadigheid van onderscheidene edellieden, opgeklommen tot rijkdom en grootheid. De stichting dagteekent van 1262; in den eersten tijd was zij zoo eenvoudig, dat het klooster zelfs van 1264—1270 nog geen kerk of toren had; door het luiden van een bengel, aan een boom gehangen, werden de zusters tot het gebed opgeroepen. Nederigheid en eenvoud waren oorspronkelijk ook de kenmerken dezer adellijke vrome zusters, doch met de toenemende rijkdommen namen ook de eerzucht en grootheidszin toe en begonnen de abdissen den titel van „Mevrouwen en Abdissen bij de genade Gods" te voeren.

Leeuwenhorst had in zijn bloeitijd vele goederen en aanzienlijke gerechtigheden en inkomsten. Het was toen een trotsch gebouw, waartoe een laan met zwaar geboomte toegang verleende. Rechts stond de kloostermolen; door de laan kwam men aan de poort in den ringmuur, waar tegenover de kruisvormige kloosterkerk en verder de verblijfplaats der zusters zich verhief. Door milde uitdeelingen aan armen maakte het klooster een zekeren naam en vooral op Driekoningenavond wemelde het van kinderen in de kloosterlaan, die als in processie naar de Abdisse togen, om van haar milddadigheid te genieten. Uit alle dorpen in den omtrek kwamen dan de knapen en meisjes met een linnen zak, om de aalmoezen, bestaande in brooden, schoenen, enz., uit het klooster in ontvangst te nemen; deze groote uitdeeling stond bekend als „Vrouw geefjewen." Opmerkelijk was de uiterst vriendschappelijke betrekking welke tusschen de Abdis van Leeuwenhorst en de eens nog al beroemde Noordwijksche Rederijkerskamei „Lit liefde bestaan , bestond, zoodat deze kamer bij de oprichting in t begin der 16e eeuw van de Abdis een toelage ontving van 8 gulden 's jaars, benevens een lokaal, om samen te komen, een bovenvertrek in een gebouw naast de waag, dat nog altijd herkenbaar is aan het op den schoorsteenmantel aangebracht blazoen „een lelie onder de doornen".

Doch evenals Rijnsburg is ook Leeuwenhorst in den tijd der Spaansche troebelen verwoest; de fraaie gebouwen werden in boomgaarden en tuinen veranderd; de aanzienlijke inkomsten der abdij werden door de Staten van Holland ten behoeve der Ridderschap aangeslagen en verbeurd verklaard. Leeuwenhorst werd vervolgens door den Raadpensionaris Fagel in een aanzienlijke buitenplaats herschapen, die denzelfden naam verkreeg. Tegenwoordig is Leeuwenhorst niet meer dan een vriendelijke villa, tegenover het trotsche buiten

Sluiten