Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Droomt al: het strakke strand, de hooge kust,

Wegkleinend in het laag van 't lang verschiet,

De stille lucht, waarvan het blauw vervliet In 't wijkend wijd der kim: visioen van rust."

Maar wij zagen die zee ook anders, in woedende actie. Dan zijn

Die steigerende baren Met pluimen op den kop Een heir van ruiterscharen,

Die naadren in galop.

Dan vormt 't gebruis der golven,

In wolkend schuim bedolven,

Het brieschende genet,

Dat — klinkt de krijgstrompet —

Van oorlogsmoed gaat stampen,

En — klemt de ridderspoor —

Gehuld in gloed en dampen Gaat stuiven 't strijdperk door.

Dan zijn:

Die duinen, die zich scharen Als wachters langs het strand,

Waar de opgestoven baren Zich krullen in het zand ;

Op wier vereeuwde kruinen,

Die Hollands erf omtuinen,

De zee haar woede spilt,

Zich brekend op hun schild:

De krijgers, grijs van slapen,

Die — vangt de stormloop aan —

Daar rustig staan in 't wapen En d' aanval fier weerstaan.

(Ter Haar.)

De zee is rijk aan contrasten; het leven aan het strand biedt een volheid van afwisseling. Zoo geeft ook het duin bij Katwijk aanleiding tot allerlei vreedzame verpoozing. \ oor hen, die de botaniseertrommel medebrengen, is het hier een gezegend oord door de rijke vegetatie der duinen.

Van Noord wij k-Binnen maken wij een uitstapje naar N oord wij kerhou t. Eerst door tuinen en bollenlanden, vervolgens door de bosschen van Wildoord, Leeuwenhorst en Dijk-en-Burg, en daarna afwisselend langs hakhoutbosschen en weilanden, loopt de schilderachtige landweg naar het noorden tot het stille dorp. Noord wij kerhout is een echt, klein duindorp; de huizen zijn verstrooid gebouwd op het zuidelijk eind der Oosterduinen, waar deze als een reeks binnenduinen de duinvlakte van het Langeveld in het oosten afsluiten, en naar

Sluiten