is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met vreugde kroon en schepter schonk,

En beter vrouwe dan vorstinne,

Zich liet verteed'ren door een lonk,

zegt de lieer Dercksen van zijn bezoek aan deze ruïne, en wij zeggen het hem na, dat die muren voor ons meer zijn dan de overblijfselen van de macht der teodale heeren.

Van het oude slot zien wij aan den kant, van welken ay ij naderen, niets meei dan een hoogen, rondloopenden baksteenen muur, op korten afstand van de gracht trotscli oprijzend, omslingerd door gebladert en takken van wild opschietende struiken, van boven afgebrokkeld en met gras en mos begroeid, een overblijfsel van den ronden ringmuur, waarmede aan deze zijde het oude, eveneens rondgebouwde slot vereenigd was. Het geheel is door een breede gracht omringd, zoodat wij bij een kleine woning in de nabijheid moeten aankloppen, waar de slotbewaarder.

Slot te Teylingen ia 1590.

een eenvoudige arbeider, of zijn vrouw, de boot gereed heeft liggen, om ons op het terrein der ruïne te brengen. De poort of ingang is geheel open en wij staan, eer wij er aan denken, te midden van den ouden, zwaren ringmuur op het slotplein, een terrein, met gras begroeid, waar wilde vlier en andere struiken, thans door den avondwind zacht bewogen, als geheimzinnige stemmen uit het grijze verleden ons enkele episoden van de geschiedenis dezer ruïne verhalen. Daar, links aan den kant verheft zich het oude muurwerk van den eigenlijken burcht, een trotsch gevaarte van zware, dikke „moppen" opgemetseld, van boven stomp afgebroken, met de ruwe vensteropeningen, die het licht der avondzon binnen de ruimte doen vallen. Het is de van boven opene kelderruimte, die wij hier betreden; aan de zijwanden zijn nog de sporen der gewelven, welke ingestort