Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strekt zich die binnenduingrond uit als een smalle strook zandgrond, zoo hier en daar een weinig heuvelachtig en naar het westen overgaande in de vlakke landen, welke zich aan beide zijden van den Hollandschen spoorweg uitbreiden; naar het oosten in de effene weiden, die in het zuiden vroeger de Haarlemmermeer begrensden en verder noordelijk de oevers vormden van het breede Spaarne, een waterarm welke aanvankelijk uit de moerassige veenstreken, later uit de Haarlemmermeer naar het IJ liep en thans met de Ringvaart om de Haarlemmermeer verbonden is.

In de oudste tijden was het Spaarne een veenwater, ongeveer overeenkomende in vorm en beteekenis met den Amstel en de Rotte; een riviertje, dat zich

Spaarndam.

tot een breede monding verwijdde en het overtollige water uit het veenland en van den binnenkant der binnenduinen naar het IJ afvoerde. Doch die open Spaarnemond was bij ongunstige winden oorzaak, dat het opstuwende water van het IJ hoe langer hoe meer binnenliep en dan lagen alle landen ten oosten van de binnenduinen onder water of dras. Ten zuiden langs het IJ was al zeer vroeg een zeedijk gelegd, en daarom besloot men ook het Spaarne af te dammen. In 1253, in den tijd van Koning Willem, werd er een dam gelegd aan den mond van dit water met een schutsluis ten gerieve van Haarlem. Zoo werd bij hooge standen het water van het IJ tegengehouden; de scheepvaart werd er niet door gestoord, en ook de afwatering uit het achterliggende land kon regelmatig plaats

Sluiten