is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plek, die wij thans betreden, is een stuk ontwikkelingshistorie van Haarlem tot een natuurstad. Men kan zich geen Haarlem denken zonder den Hout en zonder bloemen en daarom staan wij enkele oogenblikken stil bij de geschiedenis van deze omstreken. Wij maken hierbij dankbaar gebruik van een artikel van den Heer Springer.

Den Hout, weleer vermaard door zijn bosschagie,

Die weer wordt aangekweekt met linde en plantagie,

Hier houdt de nachtegaal zijn lof, wanneer de Mei Zich heerlijk oppronkt met haar groene veldlivrei En noodigt d'Amstelaar en andre stedelingen,

zingt Cl. Bruin in zijn Arcadia (1730). En al zijn de toestanden sedert veel

Hertenkamp bij den Haarlemmerhout.

veranderd, de Haarlemmerhout is nog altijd een lievelingsplekje van de Haarlemmers en van vreemdelingen, die zich hier komen verkwikken aan de schoone natuur. Maar toch, wat hij vroeger voor velen was, is de Hout thans niet meer. Er is een tijd geweest, dat voor den Amsterdammer schier geen andere gelegenheid openstond, om een heuvel te beklimmen of een bosch te zien, dan in Haarlems omstreken; hier kon hij per wTagen, per schuit of boeier komen, en wien de kosten te hoog waren, ging wel te voet. Toen was de Hout het doel van een uitstapje en men behoefde niet verder. Daar wemelde het in den schoonsten tijd van het jaar van lustige groepjes, die de stad ontvlucht waren. Maar door spoorwagen in de eerste, door fietsen en automobielen in de tweede plaats, gaat men thans verder en is de Hout gedaald tot een vriendelijk en