is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vondel een geliefde gast, en toen hij wegens het schrijven van Palamedes zich eenigen tijd in Amsterdam onveilig waande, vond hij daar een toevluchtsoord bij de kunstlievende familie Baeck, aan wie Scheibeek destijds toebehoorde. Is het te verwonderen, dat Vondel, die zoo menige gebeurtenis in het leven zijner tijdgenooten vereeuwigde, ook dit plekje herdacht, waar hij ronddoolde in moeielijke oogenblikken zijns levens?

„O hofstee, lustprieel der wijzen,

Hoe heerlijk zien wy nu alree Uw hoog geboomt ten hemel rijzen En kijken over duin in zee,

Veel verder als de Grieksche Tempen!

Xu kan de tijt uw grooten naam In geen vergetelpoelen dempen:

Huize Scheibeek in de 48e eeuw.

De klaere beek, uit schorre duinen Gesproten, om uw akkerland,

Uw v\jvers, bosch en groene tuinen Langs oevers dicht met ooft beplant, Te laven met een lieflijk morren,

Tot dat ze valle in 't Wijcker meer, Die mag verdrogen en verdorren Door ongelegenheid van weer —

Maar telckens zal haar bron ontspringen