Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lachjes, kusjes, zoete woordjes,

Lustjes zonder arg of list Groeien om dees waterboordjes ;

Haat en nijd wordt hier gemist.

Beekje, vol van minlijkheden,

Beekje, vol van alle lust,

Vloeit in alle eeuwigheden;

Nooit verdroog uw vochte kust!

Die wensch van van Baerle is vervuld: al is het duin droger dan voorheen, al ligt de Wijkermeer geheel van water ontbloot, het beekje murmelt nog steeds voort en voert in zachte kabbelingen het opgewelde vloeibare duinkristal langs Scheibeek.

Tot herinnering aan Vondels verblijf alhier is naast Scheibeek het nieuw gebouwde huis „Beekzang" genoemd en met Vondels buste versierd.

Naast Scheibeek ligt „Akerendam", een ouderwetsch huis, met statige linden er vóór en geheel door een gracht omringd; de hooge muur met tuinhuisjes langs den weg, die eens den tuin insloot, is echter verdAvenen.

Nog eenige schreden, voorbij enkele nieuwe villa's, en wij bevinden ons in Beverwijk, welks breede Breestraat vroeger door rijen oude linden en iepen overschaduwd was, welke later, afgeleefd en gedood door het lichtgas, dat in den bodem doordrong, door jongere vervangen zijn. Het is een nette, burgerlijke straat ; geheel Beverwijk heeft trouwens een net, burgerlijk voorkomen. Beverwijk is naar het uiterlijk een stedelijk dorp en een dorpelijk stadje, waar de straten groote tuinen midden in het plaatsje omsluiten, bovenal in het gedeelte ten noordwesten der Breestraat. Ten zuidoosten loopt de haven, evenwijdig met de Breestraat, door een kanaal met het Noordzeekanaal verbonden, waar in de seizoenen van den groentenhandel en het vervoer van aardbeien en bessen een druk leven en verkeer heerscht.

Het belangrijkste gebouw van Beverwijk is de Hervormde Kerk aan de Kerkstraat aan het noordeinde van de plaats. De kerk bestaat uit drie beuken; zij hebben gelijke hoogte en worden door korte, achtkante pijlers, door spitsbogen verbonden, van elkander gescheiden. Het schijnt, dat deze pijlers uit de 13e eeuw afkomstig zijn. De gewelven in de kerk zijn van hout. Aan de westzijde van den middelbeuk verheft zich een zware steenen toren, tot 41 meter van steen opgetrokken, met de 21 meter hooge, door leien gedekte spits. De toegang tot den toren geschiedt door een portiek in Dorischen stijl met het karakter van 1630.

De kerk was vóór de Hervorming aan St. Agatha gewijd. Zij werd in 1064 onder den naam van St. Aagtenkirken als kapel aan den Abt van Echternach

Sluiten