Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De beeldengroep in het frontispice stelt voor, dat Europa, Azië, Afrika en Amerika de Amsterdamsche stedemaagd gaven aanbieden, en Vondel geeft uitdrukking aan de gedachte, die hieruit spreekt, als hij zegt:

„Dus schijnt de werelt heel om Amsterdam gebout".

De zeven ingangen moesten beduiden, dat

„De zeven voleken, alle uit een Duitschen stam,

Bekennen, dat hun heil van God en Amsterdam,

Gelijk een morgendauw en regen, neer komt vallen".

Tot een dergelijken overmoed van Amsterdam bestond zeker wel eenige grond, waar de stad gold als de „schatkist van den Staat" en de politiek van Europa haar thermometer had in de Amsterdamsche Beurs.

Het gebouw, zooals liet daar voor ons verrijst, kenmerkt zich door een buitengewonen eenvoud, welke bij den grooten omvang, in verband met de massieve uitvoering in bergsteen, een majestueuzen, maar tevens ernstigen, in enkele opzichten somberen, eenigszins vermoeienden indruk maakt.

De zeven nauwe poorten, die daar in den voorgevel aan de Damzijde staan en aan het paleis den naam van „huis zonder deur" hebben bezorgd, zijn met opzet zoo gemaakt, om het gebouw in tijden van oproer gemakkelijker door de stadssoldaten te kunnen doen bewaken en verdedigen.

Al treft het gebouw van buiten meer door den adel zijner strenge lijnen dan door den rijkdom aan détails, de versierselen, die er zijn, de kapiteelen der pilasters en de festoenen werden even uitnemend als zinrijk gebeeldhouwd; zelfs de schoorsteenen, die uit het dak rijzen, zijn van Bremersteen en met sierlijk beeldhouwwerk getooid. En op de hoekdaken staan koperen keizerskronen ter herinnering aan het feit, dat keizer Maximiliaan, als Roomsch-koning, aan het wapen der stad zijn kroon voegde. Iedere kroon wordt door vier adelaars, een toespeling op het wapenteeken van het Duitsche Rijk, dat Maximiliaan bestuurde, gedragen.

Meesterlijk zijn de frontispicereliefs, door Quellijn gebeiteld. Dat aan de Damzijde noemden wij reeds. En aan de achterzijde is weer de stedemaagd voorgesteld, aan wie vertegenwoordigers der toen bekende vier werelddeelen hun schatten komen toevertrouwen: het zinnebeeld van den koophandel.

Boven den voorgevel staat het bronzen beeld van den vrede, als een vrouw met een palmtak, doch ook met den staf van Mercurius, den god des koophandels, in de handen, een voorstelling, dat de handel bij beide kan bloeien. Naast het beeld van den vrede zijn die van voorzichtigheid en rechtvaardigheid geplaatst. Aan de achterzijde van het gebouw staan de beelden van de twee

Sluiten