Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaarte, dat men ver in den omtrek ziet uitsteken boven het geboomte op liet kerkplein.

De kerk is in 1901 door brand vernield, waardoor niets meer dan de muren van kerk en toren bleven staan. In zekeren zin is dit een voordeel te achten, omdat de bij een vroegere restauratie in 1862 verknoeide kerk thans weder in haar oorspronkelijke vormen hersteld is, zoodat zij met haar kleine ruiten en volgehouden stijl een sieraad der Gothische bouwkunst uitmaakt. De herstelling van den toren is op dit oogenblik nog niet voltooid.

Ten westen van Monster ligt aan de zee Ter-Heide, een klein visschersdorp zonder eigen vloot, welks lage, eenvoudige en armoedige huizen ordeloos verstrooid liggen in het zwak ontwikkeld duin, dat aan de zee geen voldoenden "w eerstand meer biedt en door een dijk met strandhoofden gesteund wordt in zijn taak, om het land tegen de zee te beschermen. Het dorp is vroeger veel grooter geweest, maar werd langzamerhand door den afslag der zee verkleind; de kerk van het dorp moest ook herhaaldelijk landwaarts verplaatst worden.' Het was in het gezicht van dit dorp, dat op 10 Aug. 1653 Maarten Harpertsz. Tromp den Engelschen een gevoelige nederlaag toebracht, maar zelf, door een musketkogel in de borst getroffen, dood nederviel.

De bevolking van het Westland werd geheel gewijzigd door invloeden van buiten. In bijna alle Westlandsche dorpen is het landseigene ondergegaan en wordt m de kleeding de dracht der steden van verre nagevolgd; het haar wordt door de meisjes in hoofdzaak op steedsche wijze gekapt. Slechts enkele overblijfselen der oude kleeding vindt men nog bij oude of bejaarde vrouwen. De oorijzers met boeken aan de zijden van het hoofd, gelijk die ten zuiden van den Ouden-Rijn meestal voorkomen, vroeger te 's-Gravenzande en zeker in de andere dorpen gedragen, zijn verdwenen. De eenvoudige burgervrouwen ziet men nog met de „mopmutsen," aan beide kanten opgeslagen, gelijk in de meeste dorpen in het hart van Zuid-Holland.

III. LANGS DEN HOLLANDSCHEN IJSEL.

I. VAN DEN IJSELMOND NAAR GOUDA.

Vi ij willen thans een tochtje maken langs een oude rivier-grootheid, die in het verre verleden zeker hoog in aanzien stond, maar sedert eeuwen in verval is geraakt, en niet meer dan slechts enkele der laatste overblijfselen ver-

Sluiten