Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op gevestigd kon worden. De Rotterdamsehe handel begon ernstig beangst te worden voor de toekomst der haven, die niet meer voldeed aan de eischen van den nieuwen tijd.

Hoe zal het zijn, — eens — vroeger, later zijn?

Zal eens het bed van Maas en Waal en Ryn Verdrogen en van zomerhitte scheuren?

Zal eens wellicht een sombre bouwval treuren,

Waar nu de Maasstad tiert? — een nieuw geslacht Eens zoeken naar de teekenen dier macht En grootheid, waarvan de overleveringen Nog spreken en nog oude liedren zingen?

aldus zuchtte des Amorie van der Hoeven mistroostig' bij 't aanschouwen dei' rivier ? En hij eindigde met den tot kracht aansporenden uitroep:

Waakt, kindren, waakt!

Rotterdam heeft gewaakt en niet versaagd. Met onvermoeide energie is de kamp dei concurrentie volstreden, en bij de hernieuwde opkomst van Neerlands handel, na 1850, onder den invloed van het vrijhandelstelsel, werd ook de grootsche «ii beid aangevangen, om Rotterdam een nieuwen en open waterweg naar zee te schenken. Op grond van een ernstig onderzoek in 1857 aangevangen, werd in 186o een wetsontwerp dienaangaande aangenomen en den ;31en Oct. 1866 werd door den Piins \ an Oianje de eerste spade voor dien reusachtigen arbeid in den grond gestoken, die in Sept. 1870 zoover gevorderd was, dat twee kleine visschersschepen er door in zee konden steken. En op 9 Maart 1872 ging het eerste stoomschip, de „Richard Young", door den Nieuwen Waterweg naar buiten.

Dat was de morgen van een nieuwen dag voor Rotterdam's handelsleven. En al werd de opkomende zon nu en dan door enkele wolkjes verduisterd, toch bleef zij stijgen. Tegelijk met de opening van den Nieuwen Waterweg kwam ook de spoorweguitbieiding tot stand. Reeds in 1847 was Rotterdam met Amsterdam door een spoorweg verbonden; in 1850 kwam de spoorwegverbinding met Utrecht en daaidooi met Duitsehland tot stand; in 1872 werd de aansluiting' met Dordrecht en verder met de Noord-Brabantsche en Belgische lijnen verkregen en werden de grootste en moeielijkste spoorwegbruggen over de breede wateren in het moei assige deltaland tot stand gebracht. Wel werd de stcid zelf ontsierd door het bouwgewrocht, dat het stoomros langs een zware, smakelooze viaduct over de stad leidt, en het geraas der straten nog versterkt door dat van de dreunende treinen boven de hoofden der bewoners; wel werd menig schilderachtig plekje (laaidooi bedorven, maar de Rotterdammer is in de eerste plaats bedacht op handelsbelang, ook wat den stadsbouw betreft.

Sluiten