Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de eerste plaats betreden wij Papendrecht, schuin tegenover Dordrecht gelegen, met ongeveer 3000 inwoners. Men meent, dat deze plaats haar naam te danken zou hebben aan een veer of overtocht, behoorende aan geestelijken of papen. De Hervormde kerk is een Hink gebouw.

Het grootste dorp is Sliedrecht, met ongeveer 10.000 inwoners, ruim een uur gaans lang, dat meestal uit een dubbele rij huizen bestaat. Het post- en telegraafkantoor is het sierlijkste gebouw; de kerk is ruim gebouwd.

Hoewel Sliedrecht van ouden oorsprong is en reeds in 1064 in een brief van Keizer Hendrik IV genoemd wordt, herinnert in het dorp toch niets van dat verre verleden; het bestaat geheel uit moderne huizen. Men meent, dat een gedeelte van het oude Sliedrecht met den St. Elizabethsvloed van 1421 van het overige gedeelte is afgescheurd. Het schijnt wel, dat dit afgescheurde gedeelte in het tegenwoordige Kerkplaatje, tegenover het station tusschen de Huibert-deBaat's-plaat en den dijk, kan teruggevonden worden; die naam zou dan op de kerk wijzen, welke hier eens stond. »)

Bijna zonder afbreking der huizenrij komen wij in het dorp Giesendam, gebouwd langs den Merwededijk en gedeeltelijk langs de Giesen, die hier als binnenwater door een sluis met de Merwede in verbinding staat, waar men echter alleen water door inlaat, om het water der slooten binnendijks te ververschen, en kleine schepen doorschut. De Giesen was oudtijds als een kil van de Merwede een open water; zelfs in de lle eeuw werd aan den mond der Giesen nog een scheepsstrijd geleverd. De afsluiting door een dam en een sluis gaf ook hier aanleiding tot liet ontwikkelen van een dorp, dat in de kom ongeveer 1400 inw. telt.

De Giesen is door haar vele bochten een schilderachtig water, rijker aan afwisseling dan de Graafstroom, en wordt ook veel door landschapsschilders bezocht. Langs dit water vindt men de dorpen Giesen-Oudkerk en Giesen-Nieuwkerk. Noordeloos, e. a. Hier lagen in de oudheid aanzienlijke bezittingen der Heeren van Brederode, die de heerlijkheid van Giesen hadden en wier landbezit zoo groot was, dat zij van Noordeloos tot Dordrecht, naar men zcide, over eigen land konden gaan. Men meent zelfs wel, dat hier in 't bijzonder de heerlijkheid

J) Een overlevering fabelt, dat twee zusters de beide kerken in het oude Sliedrecht zouden hebben gebouwd, waarvan de eene prachtig, Je andere zeer eenvoudig was. Zij, die de prachtige kerk had gebouwd, spotte in ijdele trotschheid met de kerk harer zuster. De laatste ontstemde dit zeer en met een ernstig gezicht voegde zij haar zuster profetisch tegen: ,,Mijn kerk zal staan, en uw kerk zal vergaan'*. Die profetie werd vervuld door den watervloed van 1421, zegt de overlevering verder, die gaarne ijdele trotschheid met de noodige straffen kastijdt. Niet onwaarschijnlijk is aan het vergaan van een der kerken bij genoemden vloed de legende vastgeknoopt, zooals de zucht des volks, orn de zaken met elkander in verband te brengen, dit gaarne doet.

Sluiten