Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk in luin kleuren en vormen, niet uitdrukkingen der boerenphilosophie in spreuken en rijmpjes op voorkist en achterkant. In den laatsten tijd ziet men ook tal van nieuwmodische wagentjes, als tilbury's, brikken, enz. bij het marktbezoek in gebruik komen.

Het gemeenschappelijk dorschen van koolzaad bleef hier nog lang in zwang en was in enkele streken een waar oogstfeest. Zoo o. a. tot voor kort te Oosterwijk aan de Linge.

Op een open plek op het veld werd een dorschkleed gespreid, waarop het koolzaad warm uit de zon werd aangevoerd en gedorscht. Dit geschiedde door de mannen, en eenige families hielpen daarbij elkander, den eenen dag bij A, den volgenden dag bij B enz. De meisjes uit die families, met een rooden doek °\01 schouders, welke voor de borst naar beneden liep, en die daarnaar „roodborstjes' genoemd werden, brachten bier en spijzen aan de dorschenden, terwijl de huismoeders rijstenbrij kookten om te gebruiken na afloop.

Als het laatste kleed gedorscht was van een boer, namen de jongelieden het kleed op, plaatsten een persoon er midden in, die met een groene struik in dc hand in de hoogte werd geworpen en als de koning van het feestje werd beschouwd, dat daaina gc\ ieid A\erd. Want des avonds vereenigden zich allen om een gemeenschappelijken disch, waarbij op zoutevisch met boter en rijstenbrij met suiker getiakteerd werd. Van de rijstebrij werden zelfs ook schotels rondgebracht bij tien predikant, den onderwijzer en enkele anderen in het dorp. Een rondedans en een hoerenliedje was gewoonlijk het eind van dit oogstfeest. Een week lang hielden die dorschpartijen en feesten gewoonlijk aan, als het weer goed was. Hierdoor werden de bewoners nog eenigszins nader met elkander in aanraking gebracht. Het nivelleringsproces heeft deze nationale gebruiken thans uitgewischt; met het koolzaad is ook het oogstfeest verdwenen en ieder werkt opzijn akker, op zijn land. Nog een enkel overblijfsel herinnert aan de maaltijden dei \ 1 oegei e oogstfeesten, al is het ook slechts als een spoor. Op enkele dorpen wordt bij ouderwetsche boeren nog aan het eind van den hooioogst rijstebrij gekookt en met boter, suiker en kaneel gegeten; hiervan brengt men ook thans nog wel rond bij enkele ingezetenen.

En hiermede nemen wij afscheid van het Zuid-Hollandsche land tusschen de Lek en de Merwede. Wij volgen voorbij Heukelum weder den rechter Lingedijk naar Gorinchem en wachten daar op een boot, om hiermede den breeden, statigen Merwedestroom af te zakken naar de oudste en eens de voornaamste handelsstad van het Hollandsche delta-gebied, het eerwaardige, aristocratische Dordrecht.

Sluiten