Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wij toch uit den trein, die in het eerst dicht langs den noordelijken dijk van Zuid-Beveland loopt, dat zich hier groote platen uitbreiden in de Ooster-Schelde, welke bij hooge vloeden geheel wegduiken onder de wateren Het gebied, dat wij daar vóór ons zien liggen, een slijkvlakte van twee uren breed en ongeveer vier uren lang, is, helaas! een terrein, waarop de mensch in zijn strijd tegen de natuur een nederlaag heeft geleden; hier heeft vóór eenige eeuwen de zee tegen de Zeeuwen een slag geleverd, waarbij zij met zware verliezen werden teruggedreven, om eerst daar stand te houden, waar zich thans de hooge dijk verheft. Buiten dien dijk ligt het „Verdronken land van Zuid-Beveland", zooals de kaarten het aanduiden, en daar ver over de watervlakte, op niet grooten afstand van de kust van het eiland Tolen, op de Speelmansplaat, liggen de fondamenten van de oude stad Reimerswaal. Op de ruïnen van dit vernielde landschap oefent de Iersekesche oestervisscherij thans haar bedrijf uit.

Groote veranderingen hebben op dit oostelijke, smalle gedeelte van Zuid-Beveland plaatsgegrepen in den loop der eeuwen. In geen gedeelte van Zeeland is zooveel land aan de golven ten offer gegeven, dat nooit herwonnen werd, als hier. Omstreeks het jaar 1200 had het land in het oostelijk gedeelte een uitbreiding naar het noorden ongeveer tot een rechte lijn, welke men van Bergen-op-Zoom naar Wemeldinge kan trekken. Ook naar het zuiden was Zuid-Beveland destijds veel breeder en in het oosten was het eiland door een arm van de Schelde van Noord-Braba n t gescheide n.

Dit gedeelte van Zuid-Beveland, ten oosten van Ierseke, heette oudtijds Oostwatering of „beoosten Ierseke" en het overige Westwatering. Het oude Oostwatering was geheel een polderland, bestaande uit afzonderlijke bedijkingen, welke aan elkander sloten.

Wie voor een viertal eeuwen stond op een hoogte bij Ierseke en naar het oosten blikte, zou daar op korten afstand vóór zich den toren van Kouwerve en van Duivenee hebben zien verrijzen, en verderop de spitsen van het klooster Mariënhof, de torens van Nieuwerkerk, den ouden en sterken ridderburcht Lodyke, die met de heerlijkheid aan een der heeren van Reimerswaal behoorde.

Nog verschillende andere dorpen zouden hier van verre in het vruchtbare land gezien zijn geworden, als: Machole, Broecke en Kreecke; Steen vliet, Everwaarden, Schaudee, Nieuwlande, beide laatstgenoemde met bevoorrechte jaarmarkten begunstigd en met een voor die tijden niet onaanzienlijken handel, en andere. Maar wie het land beschouwde met helderen blik, zou er met groote bezorgdheid vele meer of minder diepe kuilen en plassen in den bodem bemerkt hebben. Dat waren de veengaten, waaruit de zoutbranders het zoutveen hadden gegraven, om dit te branden, en die om de voordeelen van het zout den bodem vernielden.

De belangrijkste plaats in dit landschap was Reimerswaal of Romerswaal, een

Sluiten