is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

landbouw gedreven wordt en schier geen voet gronds verloren gaat, een vriendelijk tooneel van genoegelijkheid en welvaart, dat u tegenlacht.

Hier, waar eens vloed en ebbe viel

Bij 't ruischen van de breede baren,

Daar schiep de kunst, door 's menschen hand,

Een zee van gouden korenaren Rond golvend over 't vruchtbaar land.

Zoo zouden wij verder kunnen gaan. Doch wij moeten ons vergenoegen met een algemeen beeld van den indruk, dien het Land van Ter-Goes maakt op den bezoeker. En dat beeld valt uit zeer ten gunste van dat gewest.

Holland prijz' zijn klaverweiden,

Roeme op 't zuivelrijke gras,

Zeeland, van dat erf gescheiden Door een woesten waterplas,

Uit uw slibben, uit uw stroomen,

Beurt gij, als Xeptunus' bruid,

Die de baren kan betoomen,

't Hoofd ter groene golven uit!

Niet, als van uw nageburen,

Welig, rijk Zuid-Beveland!

Schonk natuur u steile muren,

Duinen van onvruchtbaar zand;

Neen? o neen! maar kunst van dijken,

Die u van rondom beschermt,

Woekerde uw zoo vruchtbre slijken Uit de Scheld, die u omarmt.

O, Zuid-Bevelandsche beemden,

Vruchtbaar zonder wederga,

Dat u 't starend oog der vreemden Diep getroffen gadesla.

Zooveel duizenden genieten,

Trotsche bosschen, goudgeel graan,

Staart uw dankbre ingezeten Jaarlijks met verrukking aan.

Dat uw hooge, breede dijken,

't Bolwerk tegen 't golfgeweld,

Vrij met trotsche boomen prijken,

Spieglend zich in zee en Scheld.

Zij verschuilen, zij omvatten Meekrapstoven, schuren vlas,

Stapels lijnzaad, Zeeuwsclie schatten,

De oogst en kiem van 't veldgewas.