Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kadzand cn het kan gebeuren bij donkeren avond, dat de boer op den weg stilstaat, om te onderscheiden, wat daar zoo ruischt: zijn „baardtarwe" ot de zee. Nergens vlammen de klaprozen heller op uit de zwartgroene, zoetrokige klaver of trappelen de breedsclionkige, fijnsehoppige paarden luchtiger voor zware vrachten over de hooge kleidijken dan in het land van Kadzand.

Waar bloeien de boonen zóó rijk, als wilden ze met hun zoete, zware geuren bedwelmen, die langs de akkers gaat, en waar lachen de blauwe vlasbloempjes zoo koketjes uit het lichtgroen omhoog? Waar schuilen oude boerderijen en felrood bepande, zwarte schuren in hun blauwe wilgen deftiger en ongenaakbaar vriendelijker onder de hooggesnoeide, donkere olmen, en waar zijn ouderwetscher ploegen, waar wagens, die zóó hotsen, vrouwen, die zoo kunnen „commeeren , en rijke boeren, die zoo statig kunnen rentenieren als in het land van Kadzand i Aldus schetst de heer G. Haspels den indruk van dit land door het doen uitkomen

van de sprekende contrasten.

Het oude eiland Kadzand is al sedert lang door bedijkingen van verslijmde en opgeslibde stroomen aan liet vasteland verbonden. Het dorp komt met zijn oud kerkgebouw schilderachtig uit tegen de duinen op den achtergrond. \ an deze plaats maakt Dante gewag in zijn Divina Commedia, als hij in zijn XVen zangder Inferno, volgens de vertaling van Hacke van Mijnden, zegt:

„Gelijk de VIamen 't land, aan zee gelegen

Bij Brugge en Kadzand, tegen hooge vloeden Door zware dijken te beschermen plegen".

Stiller dorp dan Kadzand kan men zich op dit oogenblik nauwelijks denken. Dg vrij nette woningen zijn aan de voorzijde veelal gesloten en op de kunstig gesnoeide palm- cn taxisstruiken, tusschen de bloembedden der kleine tuintjes, sjilpen de musschen rustig.

Het dorp Retranchement, of eigenlijk: „Retranchement Cadsandria", door het spraakgebruik tot „Trezjement" verbasterd, dankt zijn naam aan de versterkingen, door Prins Maurits aangelegd, om meester te blijven van den zeearm het Zwin.

Waar gij thans onafzienbare akkers aanschouwt, door bloeiend koolzaad als verguld, waar het kostelijk graan golft of bieten groeien, zag men voor niet lange jaren alleen kale schorren en slikken, waarop slechts wat zeekraal werd ingezameld en de scheper zijn kudde weidde. De smalle, ondiepe kreek, welke er doorheen kronkelde, was het overschot van de beroemdste der zeeboezems van Europa, de reeds besproken „Sincfala", de zuidelijke grens van het oude Friesland, aan welker oevers Brugge eens tot een der aanzienlijkste havens van Europa weid.

Sluiten