is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IjCopold II, hier begraven en in 1874 werd het gedenkteeken in tegenwoordigheid van den Koning onthuld. Achter d^ kerk wijst een eenvoudige zerk de laatste rustplaats aan van generaal Chassé.

Toen Spinola in 1624 Breda belegerde, werd deze kerk, die een voorraadschuur der Spanjaarden was, op last van Prins Maurits in brand gestoken. Het beleg werd er echter niet door opgebroken.

Voorbij de kerk komen wij spoedig bij de Duivelsbrug, in den volksmond „de Brug" genoemd, en daarnaast vindt men thans een modern ingericht hotel. Voor een twintigtal jaren stond hier nog slechts een eenvoudige boerenherberg, die al een zekeren naam had, en thans is het een veel bezochte plek.

Onwillekeurig vraagt men zich af, waarnaar deze brug, zoo vriendelijk in het lommer verscholen en zoo kalm de rustige Mark met haar pittoreske boorden

overbruggend, een naam verkregen heeft, die gedurende alle eeuwen aan iets ijselijks doet denken?

Terwijl de historie hierop geen antwoord geeft, vult een legende die leemte aan. De duivel zou namelijk in een donkeren nacht de klok uit don

toren te Ginneken weggevoerd en dit middel der Christenheid, om ten gebede te roepen, in de Mark geworpen hebben, op de plaats, waar nu de brug ligt.

Nog een ander verhaal is aan de legende van de Duivelsbrug verbonden. Op een kasteel nabij Ginneken zou in de 14° eeuw een zekere Raso Van Gaveren, heer van Liedekerke, gewoond hebben. Zijn schoone dochter Catharina beminde Walther Van Ulvenhout, een fier en jeugdig edelman, en de liefde was wederkeerig. Doch Walther behoorde tot een geslacht, dat vijandig was aan dat der Van Gaverens, en de vader wilde niet toestaan, dat zijn dochter haar hand schonk aan den zoon van een vijand. Hij dwong zijn dochter daarom in een klooster te gaan. Doch zelfs hier weerstonden de zware muren niet de krachtige liefde van Walther, die Catharina op een nacht wist te ontvoeren en naar

Duivelsbrug te Ginneken.