is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis der cultures in Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat met het oog op eene mogelijke rijzing der koffie-prijzen het den planter dikwijls moeilijk valt, om te besluiten deze cultuur geheel op te geven, behoef ik niet te zeggen. Op een der plantages, die ik bezocht, had men op een der met Liberia-koffie beplante akkers tusschen de koffie reeds jonge cacao geplant, ten einde later te beslissen, welke van beide op dit stuk behouden zou moeten worden.

Voor zoover mij bekend is, legt zich slechts één onderneming in Suriname in hoofdzaak op de koffiecultuur toe, n.1. de fraaie plantage Voorburg aan de Beneden-Suriname.

Ten einde zich een voorstelling te kunnen maken van de grootte dezer plantages, deel ik hier de cijfers mede van twee der grootste ondernemingen in Suriname, n.1. van Jachtlust en van Voorburg aan de Beneden-Suriname gelegen.

Op Jachtlust waren tijdens mijn bezoek 834 akkers (2I/3 Akker — 1 HA.) in cultuur, waarvan:

410 akkers voor vruchtdragende cacao,

104 „ „ jonge

(de kweekbedden zijn niet medegerekend), 246 akkers voor Liberia-koffie,

15 „ „ Arabische-koffie,

59 „ „ bananen.

Men werkte er met:

75 gecontracteerde Javaansche mannen, 34 „ „ vrouwen,

163 „ Britsch-Indische mannen,

73 „ „ „ vrouwen,

91 vrije Britsch-Indiërs.

Op de plantage Voorburg waren in cultuur:

193 akkers voor cacao,

600 „ „ koffie.

Men werkte hier met;

160 Javanen,

100 Britsch-Indiërs.

Het grooter getal Javanen staat hier in verband met de betere geschiktheid van den Javaan voor de koffiecultuur, vooral voor den pluk.

Wanneer men een stuk maagdelijk land in cultuur zal brengen, dan is de eerste zore na wegruiming van het bosch, het terrein te draineeren of, zooals men

O 0 O

in Suriname zegt, „op loozing" te brengen. Op reeds in cultuur zijnde terreinen zal echter de loozing een zaak van voortdurende zorg moeten blijven, hetgeen op menige plantage in Suriname over het hoofd wordt gezien. Met de ligging des bodems wordt dikwijls te weinig rekening gehouden; de loostrenzen zijn veelal niet diep genoeg, om het gedurende den regentijd overtollige boschwater uit de terreinen te verwijderen.

Daar de cacaoboom een groote vijand is van stagneerend water, zoo is het