is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis der cultures in Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slechter geworden physischen toestand of van eene ongunstige weersgesteldheid: als de losheid, dus het doorlatend of opzuigend vermogen voor water enz. verminderd zijn, als de humus eene zure hoedanigheid heeft, enz.

Voor de tabakscultuur in Deli heeft van Bemmelen dit alles uitvoerig toegelicht in zijne verhandelingen: „die Zusammensetzung des vulkanischen Bodens in Deli (Sumatra) und Malang (Java) und des Flussthonbodens in Rembang" en „Ueber die Ursachen der Fruchtbarkeit des Urwaldbodens in Deli (Sumatra) und auf Java für die Tabakskultur und der Abnahme dieser Fruchtbarkeit" (Landwirtschaftl. Versuchsstationen 1890, 37, blz. 257—278 en blz. 374—408).

Hierbij is het vooral gebleken, dat de groote vruchtbaarheid van den tabaksbodem in Deli (bijv. van de bruinroode aarde) in de eerste plaats daaraan moet worden toegeschreven, dat hij een gerooide boschgrond is — deze is zeer los, humusrijk en de humus is van een milden (niet zuren) aard, omstandigheden, die ten opzichte van het watergehalte (opslorping en doorlating) des bodems en voor de voeding deiplant de allergunstigste zijn; in de tweede plaats aan het klimaat — aan den overvloedigen regenval gedurende de korte groeiperiode, waarin de ontwikkeling en rijpheid der bladeren moet verkregen worden; in de derde plaats aan het hooge gehalte van den bodem aan oplosbaar geleiachtig silikaat en aan de samenstelling daarvan, voor zoover het geen plastische klei vormt, doch de aarde tot eene korrelige massa doet indrogen, l) De chemische analyse wees verder nog uit, dat het phosphorzuur voldoende aanwezig is en dat de gemakkelijk oplosbare kali in het geleiachtige humus-silikaatkomplex gebonden is en voldoende aanwezig, ofschoon de geheele hoeveelheid kali niet groot is.

Deze uiterst vruchtbare tabakso-rond verliest echter die vruchtbaarheid o-eheel,

C5 O '

als hij niet weder met bosch bedekt wordt (herboscht), maar met alang-alang en als deze verbrand wordt. De bodem, onbedekt aan de zon blootgesteld, verliest zijne losheid en humusrijkheid, wordt hard en gesloten. Hij is voor den tabaksbouw bedorven, ofschoon de chemische samenstelling nagenoeg onveranderd is gebleven.

Het vraagstuk is dus, zooals wij zien, geenszins zoo eenvoudig, als enkelen der beste planters (velen denken niet eens over het voedingsvraagstuk hunner gewassen na) het mij voorstelden en die uit eene vergelijking van een jongen en een zeer ouden plantagebodem met het gehalte der respectieve cultuurproducten aan anorganische stoffen — afgeleid uit de analyse van de door verbranding verkregen asch — meenden te mogen afleiden, aan welke bemesting hun bodem behoefte heeft.

Deze meening schijnt ook de heer J. R. Wigman, directeur van den cultuurtuin te Paramaribo te huldigen, die in een artikel in het G. A. B. en overgenomen in de Surinamer van 8 Oct. 1899 over de krullotenplaag zegt: „het is daarbij noodig „rekening te houden met cacao- en grondanalysen, opdat men wete, waaraan de „bodem behoefte heeft."

') Zie aangaande dit onderwerp vooral 1. c. blz. 394.