Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Romeinsche nederzettingen gevonden, van villa's en landhuizen, Romeinsche baden, enz. Maastricht, waar in Romeinschen tijd reeds de overtocht over de Maas plaats had, heeft aan dat verkeer zijn oorsprong te danken. Het kon niet anders, of in dit gebied moest de Italiaansche invloed zich op volksaard, op volksvermenging en op gewoonten doen gelden. En thans nog zijn niet onduidelijk de sporen daarvan te ontdekken, zoowel in den aard der bevolking als in den woningbouw. De boerenwoningen in het zuiden van Limburg, tot nabij Roermond, hebben de inrichting van de gebouwen der oude Romeinen, een type van woningen, zooals men nergens anders in ons land vindt. Met enkele blijkbare overgangsvormen gaan die naar het noorden in de Brabantsche en Geldersclie boeren-woningsvormen over.

Het karakter der inrichting van de Zuid-Limburgsclie boerenwoningen, dat men overal aantreft, is het volgende. De woningen maken een groot geheel uit. In een vierkant gebouwd, vindt men een groot aantal stal¬

len en schuren naast het eigenlijke woonverblijf van den boer, die te zamen een open ruimte omsluiten, en daarop met hun deuren en toegangen uitkomen. Die open ruimte dient voor mestvaalt, een plaats, waar men de kippen ziet rondloopen, en rondom die mestvaalt loopt een smal voetpad, waarover men in de woonkamers der menschen en de stal¬

len kan komen. Een groote, breede, veelal over- a en b Woonhuis.

welfde poort geeft toegang tot het binnenplein en c Mestvaalt-

daardoor tot het geheele gebouw, dat overigens d d d 0mgang met st,aatJl-

J Ingangspoort.

naar buiten gesloten is. Daarenboven vindt men

gewoonlijk nog een tweede buitenpoort, die naar de dorschdeel leidt en waardoor het graan en hooi wordt binnengehaald. Zoo vormt het huis een geheel, waar men, bij goeden bouw, moeielijk kan binnendringen; als het ware een sterkte door bouworde. En wij zagen werkelijk in enkele dorpen nog boerenhuizen, met zware muren omringd en van enkele sterke hoektorens voorzien, kleine, op zichzelf staande vestingen.

De woonhuizen der boeren, meest met een gesloten front aan de straat gelegen, hebben over 't geheel een verdieping. Hollandsche zindelijkheid moet hier niet gezocht worden en de nauwe verbinding van woonhuis en stallen met den mest doet wel vermoeden, dat men den laatsten op prijs stelt, maar toont tevens, dat aan hygiëne niet veel zorg gewijd wordt. Toch is ook de mestbereiding in een primitief stadium en wordt er slordig mede omgesprongen, een toestand, dien men in zuidelijke landen veel vindt.

De landsbevolking van Zuid-Limburg is hoofdzakelijk gegroepeerd in dorpen. III. 1*

Sluiten