is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit woud vernield en door sliblagen overdekt. Twintig-, dertig-, veertigmaal herhaalden zich die gebeurtenissen en even zooveel malen werden geheele plantenlogen in de aarde begraven. En bij die afsluiting van de lucht had er een merkwaardig scheikundig proces in de plantenlagen plaats. De planten veranderden hierdoor in den loop der eeuwen in steenkool; de tusschenliggende sliblagen werden door de drukking der bovenliggende aardmassa hard en veranderden in leisteen, de zandlagen in zandsteen. Op deze wijze ontstond hier in den stcenkolentijd een afwisseling van lagen steenkolen met lagen van kalksteen en zandsteen,

verschillend van dikte, al naar den tijd, dat elk der genoemde processen duurde. Aldus kan men zich de geschiedenis van het ontstaan der steenkolenlagen voorstellen. Niet minder dan 45 zulke steenkolen lagen zijn in Zuid-Limburg boven elkander bekend, zij zijn op zijn meest 1.20 M. dik, doch soms ook niet dikker dan 0.5 M. De tusschenliggende lagen van andere gesteenten hebben daarentegen veel grooter dikte, van 5 tot 65 en meer meters. Als men een mijnschacht recht naar beneden boort, kan men achtereenvol¬

gens die lagen leisteen, zandsteen en steenkool waarnemen. De lagen liggen echter niet horizontaal meer, maar zijn door de bewegingen der aardkorst veelvuldig verbogen, verschoven en verzakt, en hellen alle schuin, doch zeer gelijkmatig. En boven al die lagen, welke men te zamen de Steenkolenformatie noemt, werden weer andere gesteenten van jongeren ouderdom neergelegd. De figuur der doorsnede van de steenkolenmijnen op pag. 19 wijst de ligging dier lagen aan, zooals zij er thans gevonden worden.

Bij den lezer zal de vraag rijzen, waardoor men die plantenwereld uit den steenkolentijd heeft leeren kennen en de soorten kan aanwijzen? De planten zelf

Het hoofdgebouw der mijnen te Kerkrade.