is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e» moeten er stutten aangebracht worden, om de galerij te steunen. Men noemt dit het „verbouwen". Dat geschiedt nu eens door metselwerk, dan weer door hout, al naar de omstandigheden. Doch tegen de warme, vochtige lucht der mijnen is zelfs het' hardste hout niet lang bestand, en daarom worden de dwarsgangen, die langer in gebruik moeten blijven, beter voorzien, dan met hout mogelijk is. n Als de dwarsgalerij de kolenlaag bereikt heeft, gaat men daarin gangen bouwen,

om hieruit de steenkool te voorschijn te brengen. Die gangen zijn lager en hangen mede af van de dikte der kolenlagen; zij zijn meestal niet langer in gebruik dan noodig is tot het afvoeren der kool uit die mijn. Daarom gebruikt men bij het steunen dezer gangen veelal dennenhout, dat wel niet zoo duurzaam is, maar veel goedkooper en lang

genoeg kan standhouden bij de bewerking eener mijn. Als men door de stre¬

ken der dennenbossclien van zuidelijk Noord-Brabant, van de Velm\c ot \an Hoogeveen reist met den trein, ziet men aan tal van stations lioogc stapels vin zware dennenboomen liggen, die tot ongeveer 1,5 M. lengte zijn afgezaagd, dit hout is bestemd tot stutten in de kolenmijnen van Nederland, België ot cldeiscn woidt iaarlijks in aanzienlijke hoeveelheid uitgevoerd.

Het boren in den Querschlag.