is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MAASTRICHT EN OMSTREKEN.

Als een fiere, breede stroom golft de Maas met krachtigen drang langs den voet der bergen ten zuiden van Visé, om zicli ten noorden van deze plaats een broeder dal te zien openen en op korten afstand van Eisden den Nederlandschen bodem te betreden, eerst nog als grensrivier half tot Nederland, half tot België behoorend, zoodat de staatsgrens in de lengte door de rivier loopt. Van den St. Pietersberg tot Borgharen ten N. van Maastricht is de Maas geheel op Nederlandsch gebied, vervolgens vormt zij tot een weinig voorbij Stevens weert weder een grensrivier, om daarna den Nederlandschen bodem niet weder te verlaten.

Door het schilderachtige dal tusschen het schoone plateau van Zuid-Limburg in liet oosten en de Belgische heuvelrijen in het westen, met een smallen zoom van vruchtbare landen aan beide oevers, gedeeltelijk scheppingen der rivier zelf, dringt de Maas voort, als haast zij zich, de lage landen van Nederland te bereiken, om hun haar schatting van de Ardennen en de Fransche gebergten toe te voeren.

Dijken vindt men in Limburg niet langs de Maas; haar win terbedding bij hooge standen wordt begrensd door het hooge heuvelland op niet verren afstand der rivier, maar binnen die grenzen kan zij soms alles onder water zetten en dan tijdelijk weer een reuzenrivier worden, bijna als in den Diluvialen tijd.

De Maas is een kind van Fransehen oorsprong en draagt in haar bewegelijkheid, in haar wilden hartstocht, die den vroolijken levenslust niet zelden afwisselt, iets in haar karakter, dat de Franschen van de oude Kelten hebben geërfd. Maar toch, hoewel

„dochter van de vreemden!

We ontvangen u met liefde en last!

Wees welkom, Maas, in Neerlands beemden,

Die gij met zachte lippen kust.

Met breeden zwaai en bochtig zwieren

Verlengt ge uw glorierijke baan,

Om langs het erf der Batavieren

Uw zilvren gordel heen te slaan.

Den fleren Rijn op zij gekomen,

Slaat gij denzelfden heirweg in,

Hij, Grootvorst van Europa's stroomen,

Gij, onzer vloeden Grootvorstin.

Gij kunt met hem van Bato's dagen, —

Van wapenschild, framee en lans —

Ook van Civilis' lof gewagen

En van der knapen oorlogsdans;

Gij mede, o Maasstroom, kunt liet weten,