is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaderlanders of worden zij het meer en meer. Trouw aan de wettige heeren is altijd een karaktertrek van dit volk geweest.

Gedurende de laatste eeuw is Maastricht wel toegenomen in zielental, maar toch niet in die verhouding als de Geldersche provinciesteden, bijv. Arnhem en Nijmegen, en vele andere in ons vaderland. Vroeger was Maastricht een deigrootste garnizoensplaatsen van Nederland, en honderden gepensionneerde militaire en civiele ambtenaren uit de koloniën of het moederland vestigden zich hier, als zij hun rust namen, doch dit is sedert eenigen tijd veel verminderd, en aan Den Haag, Breda en Nijmegen wordt thans de voorkeur gegeven. Het garnizoen van Maastricht is tot 1/3 van vroeger ingekrompen. Daardoor heeft de toename deibevolking in Maastricht gedurende de laatste halve eeuw een traag verloop gehad. De volgende cijfers loeren dit. In 1745 had de stad 12000 a 13000 inwoners; in 't begin der 19e eeuw 18000; in 1822: 19400; in Nov. 1829: 24400. De belegering en de afscheiding van België deden Maastricht achteruitgaan, zoodat de stad in 1840: 22300 inwoners telde, doch sedert nam zij in bevolking weder toe, eerst langzaam, tot 25500 in 1850, 27100 in 1860, 28500 in 1870, 32000 in 1890, 34200 in 1900 en tot 35200 in 1903.

De eerste bekende stedelijke rechten van Maastricht dagteekenen van 1229, toen de stad het recht verkreeg, 0111 nieuwe wallen en versterkingen aan te leggen; in 1381 had ten eersten male, in 1459 ten tweeden male een uitlegging plaats. De toen gebouwde muur bleef lang de bebouwde kom omsluiten; de verdere uitbreiding der vestingwerken had plaats in den oorlog tegen Spanje, later vooral na 1678, in 1701 en in 1816. In 1867 is men met de ontmanteling van Maastricht begonnen en thans is het een open stad, welker wallen gedeeltelijk in plantsoenen zijn veranderd, waarom nette, villa-achtige huizen verrijzen.

Maastricht is aan beide oevers van de Maas gelegen. Het gedeelte aan de oostzijde, waar wij met den trein aankomen en waar het station gevonden wordt, vormt de voorstad Wijk, een nieuwerwetsch en ruim stadsgedeelte van aanzienlijke uitgestrektheid. Langs de breede Stationsstraat met moderne huizen loopt men recht op de Maas aan en even vóór men deze bereikt, ziet men op korten afstand rechts de kerk van St. Maarten verrijzen, een mooi Gothisch gebouw, dat in 1859 voltooid werd naar het ontwerp van Dr. J. P. II. Cuypers. De antieke koperen doopvont en het houten Christusbeeld, van lioogen ouderdom, waaraan miraculeuze eigenschappen worden toegeschreven, zijn de bijzonderheden dezer kerk. Als men de Maas bereikt, valt links op korten afstand het voor eenigen tijd nieuw opgebouwde Waterpoortje in liet oog, dat zich aan de Maas verheft op de plek, waar eens een Komeinsche poort werd gevonden. Tusschen deze poort en een andere, die aan de overzijde der rivier stond, maar verdwenen is, moet de houten brug