Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woning een open ruimte, hetzij als voorzorgsmaatregel tegen brand, hetzij uit onervarenheid in de bouwkunst." Dit eigenaardige in de nederzettingen, door Tacitus in de le eeuw n. Chr. opgemerkt, vindt men nog in de Geldersche dorpen.

De Romeinen brachten aan de Bataven van den Beneden-Rijn de eerste beschaving. Wilden waren zij niet geweest, maar toch hadden zij zich als veroveraars in het land der Kelten gevestigd en verkeerden nog in een primitieven toestand. Het ras had aanleg voor ontwikkeling en daardoor vielen de zaden der beschaving, door de Romeinen hier gestrooid, in goede aarde. De Romeinen onderrichtten de Bataven in den landbouw, welken zij in Italië door lange ondervinding beter hadden leeren kennen. De aanblik van het land was na ruim een eeuw aanraking met de Romeinen geheel veranderd, en eveneens het volk. In de streken, waar de Romeinsche soldaten winterkwartieren hadden, bouwden zij steden, die de middelpunten werden, van waar de beschaving over het land werd verbreid. De steden toch werden de marktplaatsen voor het omliggende gebied.

Doch de toestanden op het eiland der Bataven werden veranderd door de Franken, die hun invallen deden in het Romeinsche Rijk. Het einde der derde eeuw wordt gewoonlijk als het tijdperk daarvoor aangenomen. Het eiland der Bataven was de eerste overwinning der Franken op het gebied van Rome en het bleef een twistappel tusschen Franken en Romeinen. Hoe lang het daarna nog tot het Romeinsche gebied bleef behooren, is niet met zekerheid bekend, doch het schijnt, dat in het eind der 3e eeuw de Romeinen nog volkomen meester waren van de Rijnoevers. Daardoor is deze streek belangrijk als de grond, waarop de eerste .boom der Romeinsche beschaving geplant en tot ontwikkeling gekomen is.

Van lieverlede echter ziet men ook andere volken op den Gelderschen bodem verschijnen of worden zij althans bekend door hun aanraking met de Romeinen.

In de eerste plaats noemen wij de Franken. Hieronder verstaat men niet één volksstam, maar een soort van confederatie van verschillende Germaansche volken, voornamelijk gevormd uit stammen, door Tacitus „Istaevones" genoemd en die van den Midden-Rijn tot aan den mond dier rivier op den rechteroever woonden. Daartoe behoorden Sygambren, Chamaven, Bructcren en Chattuariën. Hierbij voegden zich Chatten en Cherusken, enkele stammen van Friezen, Chaucen enz. In den tijd, dat de Frankenbond in aanraking kwam met de Romeinen, breidde hij zich uit van den mond van den Rijn tot aan de Elbe, langs den rechter Rijnoever tot de Main. Hun gebied werd in het oosten begrensd door dat deiSaksen, in het zuiden door dat d$r Alemannen. Daar de Franken niet één stam, maar een bond van verschillende stammen vormden, moet men zich hen ook geenszins als een staatkundige eenheid voorstellen.

Over enkele dier Frankenstammen iets naders, voor zoover zij betrekking hebben op de bewoners van Gelderland.

Sluiten