is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tc zijn voortgezet. Maar in den verschrikkelijken burgerkrijg, clie Gelderland destijds verscheurde,

Toen der Eedlen woeste veeten, toen der tweedrachts felle vlam Jaar op jaar de velden schroeiden, 's landmans hoop vernielen kwam;

Toen de dienstknaap, staag in 't wapen, schaars een uurtjen overwon, Om den akker at te ploegen, dien de noeste vlijt ontgon;

Toen de legerknecht zijn krijgsros, bij het zuchten van den boer,

Rondjoeg door de korenvelden en te gast ging op het voer,

Toen het vuur de steden blaakte, vest en hoeve zonk in gruis,

En geen kerkgebouw ontzien werd, noch geheiligd bedehuis,

Rozendaal bij Velp.

zooals Hofdijk zegt, in die tijden werd het slot grootendeels een prooi der vlammen; alleen een gedeelte schijnt in wezen te zijn gebleven. Hier moest Reinald III, die in den strijd met zijn trouweloozen broeder Eduard liet onderspit delfde, vijf jaren lang als gevangene vertoeven. Later werd het slot weer een heerlijk verblijf voor de Geldersche vorsten; de hertogen uit het huis van Gulik en Egmond hadden veelal te Rozendaal een aanzienlijke hofhouding en in dien tijd werd het kasteel nieuw opgebouwd. Reeds in het laatst der 14° eeuw vond men hier een voor dien tijd niet onaanzienlijke diergaarde.

Meermalen werd het kasteel te Rozendaal belegerd, o. a. in 1482 tien dagen aaneen door den hertog van Cleve, waarna het veroverd werd, en later nog door Karei van Egmond, die, uit zijn gevangenschap in Spanje ontslagen, in Gelderland