Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zijn hier aan het eind van den Veluwezoom. Voorbij Wageningen daalt spoedig het terrein aan den noordelijken Rijnoever, en een breede vallei, die naar het noorden zich opent, breekt den heuvelrand af. Dat is de Geldersche Vallei, een der weinige valleien, die de aardrijkskunde van ons vaderland kent, ZuidLimburg uitgezonderd. In het oosten daalt de bodem zacht glooiend af, doch in het westen verrijst het terrein vrij steil als met bosch begroeide heuvels, tot ongeveer veertig meters hoogte. Daar zijn wij aan de Greb, die wij latei

zullen bezoeken van Utrecht uit.

Wanneer wij hier in gedachten den blik laten weiden over de Geldersche vallei, valt ons in het oog, dat voor dit gedeelte de Rijn aan beide oevers door dijken wordt ingesloten, wat van Arnhem tot Wageningen slechts aan den zuidelijken oever noodig was. Dit is geen overbodige voorzorgsmaatregel, want bij hoogen waterstand van den Rijn zou die zonder dezen Grebbedijk een tijdelijken waterarm vormen naar het noorden tot de Eem bij Amersfoort. In den Diluvialen tijd heeft hier een Rijnarm langs geloopen naar het noorden. Bij doorbraak van den Grebbedijk heeft ook later het water van den Rijn dien ouden weg nog wel eens gevolgd. Dit geschiedde o.a. in 1643 en in 1651, toen het Rijnwater door de vallei naar de Eem vloeide en Amersfoort onder water liep. Om het noordelijk gedeelte van de vallei bij mogelijke doorbraak tegen overstrooming te behoeden, is midden door de vallei in 1652 een dwarsdijk gelegd.

De vallei, met haar lage ligging en moeielijke afwatering, was daardoor een moerassige streek geworden, uitstekend voor grensgewest geschikt. W ij hebben hier dan ook vóór ons de oude grens van Utrecht en Gelderland, die gewesten en bewoners scheidde. In het zuidelijk deel van de moerassige vallei ontstond een uitgestrekte plantenformatie; het werd een dal met venen, en in ouden tijd lag er een groot meer: Agilmare, later het Egelmeer geheeten. Die venen bezaten een kostbaren schat van brandstof, en om deze te doen ontginnen liet Bisschop David van Bourgondië tusschen 1473—1481 hier een grift uit de venen graven naar den Rijn, die nog bestaat en den naam Bisschop-Davidsgrift draagt. Langs die Grift had de veenontginning plaats en op een natuurlijke hoogte, in het veen gelegen, \estigden zich de turfgravers en schippers. Hier ontstond de veenkolonie Venendaal, thans een nijvere plaats, die in haar geheele karakter nog de sporen vertoont van een veenkolonie, ook al behoort de veenderij reeds lang tot het verleden.

Van verre zien wij over de lage vlakte der Vallei, die door de afwisseling van bouwland en grasland en de scheidingslijnen met hakhout een parkachtig kaïaktei heeft, een paar hooge fabrieksschoorsteenen met breede golvingen hun rookpluimen zwaaien voor den achtergrond der donkergroene Utrechtsche heuvelenrij. Dat

zijn de fabrieken van Venendaal.

De veenkolonie is na het ophouden der veenderijen een plaats met nijveiheid

Sluiten