Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de rivier den Ouden-IJsel, waar het eigenlijke dorp ligt, rijst langzaam glooiend een Engelsche aanleg omhoog, aan weerszijden door statig geboomte ingesloten. Op den achtergrond verheft zich met middeleeuwschen trots het oude slot der heeren van Keppel, thans eigendom van de familie Van Pallandt, met zijn drie torens en deftigen trapgevel. Ter zijde van het voorplein ziet men nog een toren tusschen het hout uitsteken, die door de dorpsbewoners de „dieventoren" genoemd wordt.

Het oude huis, dat hier eens verrees, behoorde aan de heeren van Keppel, waarvan Wolter van Keppel in het jaar 1200 genoemd wordt als een rijk, gegoed

Kasteel Laag-lveppel.

man, die met andere markgenooten gronden had afgestaan aan het nieuw gebouwde klooster Bethlehem bij Doetinchem. Omtrent het ontstaan van dat kasteel is niets met zekerheid bekend. Volgens Nijhoff was de plaats Keppel reeds een voorname sterkte, toen deze het eerst genoemd werd, en zou zij misschien zijn voortgekomen uit een der burchten, door de Romeinen langs den Rijn gebouwd. De bezitters eerbiedigden als vrije dynasten alleen de hoogheid van den Duitschen Keizer, oefenden de hooge heerlijkheid uit, verleenden den inwoners van hun burcht stadsrechten, voerden krijg en sloten verbonden, en waren meermalen aanvoerders van machtige partijen. De heeren van Keppel namen dan ook ijverig deel aan

Sluiten