Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het meeste werd hier opgegraven in vroeger eeuwen. De mijn schijnt nu

grootendeels uitgeput. „Wat het gemeentebestuur er thans nog van bezit, is

afgeroomde melk; het voornaamste is reeds in vroeger eeuwen verdwenen of vernietigd".

Moge nu het Romeinsche Nijmegen al geen beroemde wereldstad geweest zijn, het was toch een belangrijk punt voor het gebied der Bataven. Onderscheidene heirbanen liepen aan op Nijmegen als centraal punt. Dit was o. m. het geval met de heirbaan, door keizer Trajanus van Colonia Agrippina (Keulen) over Xanten aangelegd naar deze stad; voorts liepen hier nog andere heirbanen van de Maas komend, samen. Na den ondergang van het Westersch-Romeinsche Rijk kwam Nijmegen in de macht der Franken. Van de geschiedenis der stad in den eersten Frankischen tijd weten wij niets, doch in den tijd van Karei den Groote zien wij de oude nederzetting als een keizerstad glansrijk te voorschijn komen. Op den hem eltop \ an de Waal stichtte de machtige keizer een prachtig Rijkspaleis, dat met de burchten te Ingelheim en te Aken tot zijn meest geliefde verblijfplaatsen behoorde. Van 777 tot 1230 was Nijmegen, als behoorende bij den burcht, (de villa regia, het koningshof) keizerlijk domein, en van 1230 af verkreeg het door de gunst der Duitsche keizers al de voorrechten en vrijheden, aan de rijksstad Aken geschonken. Deze zoogen. regalia bestonden in het recht tot vrije \ ei kiezing dei overheid en van de rechterlijke macht, uitgeoefend door een schepenbank, van welker vonnissen geen hooger beroep, noch op een vorst, noch op een andere rechtbank werd toegelaten; het recht tot het sluiten van verbintenissen, tot het voeren van oorlog op eigen gezag en onder eigen banier, tot het maken van wetten en het heffen van belastingen, tot het bannen uit het Roomsclie Rijk, enz., gepaard met vrijdom van tollen binnen het geheele Rijk.

Toen de Roomscli-Koning Willem II van Holland den burcht met de stad en het omliggend giondgebied, te zamen nog altijd als het „Rijk van Nijmegen" aangeduid, aan graaf Otto III van Gelder verpandde, verkreeg de stad het recht, altijd als een ïijksstad te zullen worden aangemerkt en bleven de privilegiën der burgers bestaan. Zij werden door schier alle Duitsche keizers en Geldersche hertogen bekrachtigd, het laatst door Karei V en door Filips II (1559); ook bij de toetreding tot de Unie van Utrecht (1579) werden die gewaarborgd. De verdediging dier rechten, die niet altijd erkend werden, vult menige bladzijde uit de geschiedenis van Nijmegen.

De vele voorrechten, aan Nijmegen geschonken, deden de stad uitbreiden en bloeien. Na de vereeniging met Gelderland werd Nijmegen de hoofdstad van het naar hem genoemde „Kwartier van Nijmegen". De stad, een centrum van verkeer voor den omtrek en gunstig aan de rivier gelegen, had een bloeienden buitenlandschen handel op den Rijn, trad in 1364 tot het Hanzeverbond toe en verte-

Sluiten