Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn ruim overkapte perrons en zijn tunnels, is vooral de vestibule bezienswaardig. Een mooi effect maken hier de dwarsbinnenmuren, groeiende uit de met gebeeldhouwde kapiteelen voorziene kolommen van harden Morleysteen. Uit den gebeeldhouwden sluitsteen rijzen de colonnetten op voor de groote graadbogen der gewelven, terwijl hieruit weer zijspruiten ontspringen voor de kruisgewelven. De vestibule is verdeeld in drie vakken, waarvan het middelste + 19 M. hoog is, de zijgedeelten 17 M.

Ook mogen wij niet verzuimen, de kade langs de rivier de Waal te bezoeken en ons met de gierpont „Zeldenrust" te doen overzetten naar de overzijde. Schier zonder rust giert dit logge vaartuig, door een zware ketting in bedwang gehouden, dooi den kiachtigen stroom van het water gedreven, nu naar de eene, dan naar de andere zijde geduwd, heen en weder. Van de overzijde der rivier opent zich een schoon gezicht op de Waal en de stad, bovenal op een rustigen zomeravond, als de lichten ontstoken zijn en de maan glanst in den spiegel van den breeden stroom, met de oude heuvelstad op den achtergrond.

Het schoonste uitstapje, dat men van Nijmegen uit maakt, en hetwelk zeker niemand verzuimt, die de Keizerstad bezoekt, is naar Berg-en-Dal en over Beek en Ubbergen terug of omgekeerd. Stoomtrams staan op beide wegen ten dienste van hen, wien de geheele heen- en terugwandeling te vermoeiend is. Van Nijmegen loopt de weg over Ubbergen en Beek langs den voet der bergen, die zich met steile hellingen uit de vlakte van het Waaldal verheffen en schier overal met bosschen begroeid zijn, terwijl tal van villa's en buitens, tegen de berghellingen gelegerd, door hun parken en geboomte den bergwand als met guirlandes van groen en bloemen omslingeren. Zoo is bijna de geheele weg langs Ubbergen en Beek, twee welvarende, vriendelijke dorpen, langs den weg gebouwd, die duidelijk de ken teekenen dragen, dat het zomerbezoek voor vele inwoners een bron van bestaan is. Villa's om te verhuren en pensions ziet men schier overal. De heuvels met hun rijzende valleien aan den zuidwestkant, het vergezicht over den Ooi-polder en andere aan den noordoostkant, dit alles biedt een heerlijke afwisseling aan,

De golving van heuvlen en dalen,

De kronkling der beek in het woud,

De tintling der fijn gouden stralen Op 't wazige, blauwroode hout;

Het landhuis, in 't lommer verscholen,

De verte en haar dommelig blauw,

Het zwartgroene rad van den molen,

De kronklende wolk uit de schouw,

Sluiten