is toegevoegd aan uw favorieten.

Van Eems tot Schelde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Dit sou wel Koningen bekooren)

Naar Utrechts Bisschoplijken Tooren.

Als hij vervolgens den heerlijken vijver beschouwt, met „zilver Vechtwater" gevuld, geraakt de dankbare dichter in verrukking bij zulk

Een oogbetoovrend Waterbad,

Als ooit Diana heeft gehad,

Wanneer se, warm en moe van 't jagen,

Het stof van 't blanke lijf wou vagen.

Hier moest Narcissus zijn geweest;

Hier kon hij zijn volmaakte leest,

Als in een spiegelglas, beschouwen,

En 't leven mogelijk behouwen.

De Amsterdammer, Jan de Regt, wijdde in de 18e eeuw een geheelen zang aan de Vecht. En al mogen deze en andere dichtproeven, op de Vecht betrekking hebbende, geenszins voortbrengselen zijn van hooge letterkundige waarde, zij hebben historische beteekenis, omdat zij ons de gevoelens van dien tijd vertolken en ons de sfeer doen kennen, waarin de welgedane voorvaderen gaarne leefden en waarmede de zoetvloeiende toon der letterkunde uit de 18e eeuw zoo in overeenstemming was. Even effen als de wateren van de vijvers en zelfs als die van den Vechtstroom vloeide die poëzie der welvoldaanheid, de ziel door geen krachtigen golfslag, laat staan door een storm bewogen.

O Vechtstroom, met uw blanke zwanen,

Uw vogels, visschen, schoon geboomt',

Uw hofstee en uw schoone lanen,

Alom met welig gras bezoomd!

Als ik de lustige landouwen,

Door uw kristal vaneen gedeeld,

En al uw trotsche veldgebouwen Bezie, hoe wordt mijn oog gestreeld!

Als gij mg, onder 't spelevaren,

Vertoont uw akkers op een rij,

Bezaaid met gouden korenaren,

Wat zet gij mij vernoegen bij!

Gezeten aan uw oever neder,

Verkwikt gij mij door 't helder nat,

*) Narcissus was, volgens Je Grieksche Mythologie, een schoon jongeling, die, toen hij voor t eerst zijn eigen beeltenis in het water zag, zoodanig op zichzelf verliefde, dat hij door dien hartstocht als verteerde en door de goden in de naar hem genoemde bloem de narcis veranderd werd.