Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herhaaldelijk veroverd en moest het tot vijf malen toe door loskoop terug verkregen worden door de bisschoppen. Inzonderheid de bisschoppen David van Bourgondië en zijn broeder Philips hielden hier verblijf en beiden zijn er overleden. De laatste heeft omstreeks 1520 het slot aanzienlijk verbeterd en verfraaid.

Tijdens David van Bourgondië werd op dit slot Walraven van Brederode verraderlijk gevangen genomen en aan allerlei pijnigingen onderworpen, totdat hij eindelijk wist te ontvluchten en, na over de Lek gezwommen te zijn, Vianen, de heerlijkheid der Brederodes, bereikte. Later moest ook Reinoud van Brederode hier in den kerker zuchten, beschuldigd van een verbond met Adolf van Gelder. In den nog aanwezigen toren wijst men de gevangenis der Brederodes aan. Het slot is aldus rijk aan historische herinneringen, waarbij wij echter uit plaatsgebrek

niet verder kunnen verwijlen.

In 1528 verviel dit slot aan Keizer Karei V, die toen als heer van Wijk-bijDuurstede gehuldigd werd. Maar tusschen 1640 en 1700 geraakte de eens zoo machtige burcht in verval, waartoe de Franschen in 1672 het hunne bijdroegen, zoodat er enkel eenige torengebouwen met zware muren overbleven, schilderachtig gelegen te midden van een verwilderd plantsoen.

Daar stond de bouwval, grijs en grauw,

Gelijk een schim van 't dood gebouw,

Die spookte op 't graf, waarin 't kasteel Verzonk met toren en kanteel.

Het veil, dat slingrend opwaarts klom,

Hing 't spook een grjjzen mantel om,

Wiens groen in 't maanlicht, vaal en bleek,

Een gryze doodenwtl geleek.

Rondom zijn schedel vloog een heer Van zwarte raven heen en weer;

En 't scheen, alsof hun rauw gekras De klaagstem van het spooksel was,

Dat treurde, omdat het, door den Tijd Aan laffen teringdood gewijd,

Waarvoor geen held bezwijken moet,

Bespat met zegehaftig bloed,

Verdonkerd was 't in roemloos graf,

Dat hem 't verval ten beste gaf.

J. P. Hasebroek.

In 1852 werd de ruïne met den bij behoorenden grond door den toenmaligen bezitter, Jan Hendrik baron van Lijnden van Lunenburg, aan de gemeente Wijk-bijDuurstede ten geschenke gegeven, onder verplichting, den grond tot wandelpaats aan te leggen. Daaraan is voldaan, zoodat het geheele bosch, ruim 7 H.A. groot, in een fraai park is herschapen. De schilderachtige ruïne is door een breede, diepe gracht omringd en wordt jaarlijks door velen bezocht.

Sluiten