Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II. Symptomatiek van het „Vallen" en van den „Kanker".

Onderscheiding van andere ziekten. — Inleiding door vreterij. — Het Vallen, een complex geval. — Kanker bij

wondplekjes, bij ^«/Aowy/abeschadiging, bij /?«Wsbeschadiging.

Kanker in de schuren. — Kanker in zaadkool.

Volgens Ritzema Bos zijn de ziekten, die hij beschrijft onder de namen, die de volksmond er aan gaf, als het „vallen" en den „kanker", eigenlijk verschillende stadiën van een en dezelfde ziekte, die zich kenmerkt door de aanwezigheid van kankerplekken, in welke de zwam Phoma oleracea Saccardo woekert. Hij t: „Niet onwaarschijnlijk wordt de rotting der wortels ingeleid door vreterij van insecten".

Bij lang voortgezette studie van de symptomen blijkt, dat het inleidingsstadium van eerstgenoemde ziekte inderdaad is: insecten vreterij. Het „vallen" is insectenvreterij met secundaire aantasting door Phoma. Wanneer de boe ren echter van „kankerstronken" spreken, heeft men meestal te doen met primaire aantasting door Phoma.

Het herkennen van wat de koolbouwer een „valler" noemt, is bij één wandeling door de velden uiterst moeilijk, zoo niet onmogelijk. Dikwijls weten de boeren, zelf niet of zij met een valler te doen hebben, dan wel met aantasting door Anthomyia of door Plasmodiophora. Wanneer men de plant van boven op beziet, zijn, met eenio-e oefening, heel goed te onderscheiden de symptomen, die Ritzema Bos opgeeft: een nog al opgerichten stand der bladeren; het frissche donkergroen, dat in de bladeren van roode kool de hoofdkleur is, maakt plaats voor een. roodblauwe, soms loodachtige tint; de bladeren voelen eenigszins flets aan en zij hebben zich niet krachtig genoeg ontwikkeld om flink om de krop heen te sluiten. Observeert men nu meermalen achtereen de zieke planten, dan wordt het verschil tusschen

5

Sluiten