Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verklaring der Figuren.

PLAAT I.

big. i. Kiemplant van dicht zaaisel van roode kool. Het hypocotyl is langer dan in de praktijk gewenscht wordt. Nat. gr.

„ 2. Dwarsdoorsnede door den wortel van een kiemplant. Centraal protoxyleem, daaromheen phloëem en parenchym, dan pericambium, dan endodermis, dan „réseau de soutien" en ten slotte, alleen rechts onder geteekend, grootcellig schorsparenchym. Vergr.: 400 maal.

„ 3 Dwarsdoorsnede door een „baanrijpe" plant, ter hoogte van den wortelhals. Vijf sklerenchymgroepen in de primaire schors. Oppervlakkige wond, genezen door wondkurk. Vergr.: 44 maal.

„ 4. \ erhoute en niet verhoute cellen uit het merg van een „baanrijpe" plant. Kern; zetmeel; stippels. Vergr.: 300 maal.

„ 5. Netcellen uit het merg. Vergr.: 300 maal.

PLAAT II.

Fig. 6. Cellen uit de schors van eene verwonde, baanrijpe plant; links verkurkt. Aanleg van nieuwe wanden. Vergr.: 300 maal.

„ 7. Dwarsdoorsnede door het boveneinde van den wortel van een „baanrijpe" plant. Met een zij wortel. Links nog vier sklerenchymvezels te zien in de primaire schors. Vergr.: 50 maal.

„ 8. Stronk van „oogstrijpe" roode koolplant. Nat. gr.

„ 9. Tangentiale doorsnede door den wortel van een „baanrijpe" plant, ter plaatse waar een zij wortel naar buiten treedt. Vergr.: 50 maal.

„ 10. Dwarsdoorsnede door het ondereind van de hoofdnerf van een volwassen koolblad. Vergr. 10 maal.

PLAAT III.

Fig. 11. Draaihart van een baan te St. Pancras afkomstig. Nat. <?r.

o o

„ 12. Normale koolplant met beginnende kropvorming. De lagere bladeren zijn weggesneden. Nat. gr.

„ 13. Draaihart van dezelfde aanplanting als waarvan het origineel van fig 12 afkomstig is. Nat. gr.

n 14—15. Schematische lengtedoorsneden door den top van een „baanrijpe" plant en van een oudere plant. Vergr.: 2 maal.

Sluiten