is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarheid en droomen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wandsbecker bode, stillekens het land doorgaat, hier en daar aanklopt, en waar men de deur opent een van zijne blaadjes achterlaat, om dan weer verder te gaan zoover en zoolang het God belieft. Het spreekt van zelf, dat het leven van een boek als het laatste gansch anders voortloopt en afloopt, en door geen geruchtmakende feiten of ontmoetingen stof voor een belangrijke geschiedenis oplevert. Met een bekend woord van Potgieter en de Génestet zou ik de historie van het laatste werk een „ Onder-onsje" willen noemen, als „zich bewegende binnen een zekeren kring van gedachten en gevoelens, niet zeer ruim, niet zeer hoog en vrij alledaagsch" '). Als nu dit „Onder-onsje' bij de onzen, bij mijn geestverwanten, maar half zoo goed ontvangen wordt als het boek, waaraan het ten metgezel strekt, zal ik meer dan tevreden zijn en mij niet heklagen, dat ik, ondanks mijn aanvankelijk bezwaar, ook op dit punt aan den wensch der uitgevers heb voldaan.

En wat nu het boek zelf betreft, dat heeft vroeger zijn weg gevonden en zal, hoop en vertrouw ik, dien wel weer vinden. Vraagt men, welken wensch ik het op zijn nieuwe wandeling, als op zijn paspoort, mede geef? Het Seizoen, waarin wij nu leven, doet mij dien aan de hand. Wij schrijven nu Lentemaand, maar de naam is ook hier, is ook nu, verre weg mooier, dan de daad. Het kan soms in deze dagen nog bitter winterachtig zijn .... brr! wat waait er nog dikwijls een koude, kille, ijzige Noordsche adem over het ontluikend groen en over de Maartsche violen, die onder zijn geblaas te bibberen staan! Moge Auteur en boek, bij hunne wederverschijning alhier, eene ervaring hebben, die een soortgelijke tegenstelling vormt: wintermaand, en toch lente: oud geworden, en toch niet verouderd!

J.

*) Zie de Dichtwerken van de Génestet: „Iets over den titel". Deel II, bl. 212.

y